Weblog

Pauline - De Precieze



Het treffen met Pauline vindt plaats in Deventer. Ze had vooraf weinig te raden overgelaten waarom we daar afspraken; ze is in Deventer opgegroeid én het is de plek waar ze voor het eerst actief werd bij de Jonge Democraten. Omdat ik Deventer buiten het station niet ken zal ze me opwachten bij het station. Stipt 5 minuten voordat ik zou moeten arriveren ontvang ik echter een appje “Ivm een platte band ben ik 10 minuutjes later”. Het is voor mij Pauline zoals ik haar ken, netjes, gedegen en ‘to the point’. Het geeft mij ook de tijd om voor het station van de stad te genieten en bij voorbaat al te concluderen dat Deventer een leuk stadje moet zijn. Iets dat Pauline later ook meermalen bevestigd.

De ontmoeting met Pauline is hartelijk, ze blijkt net terug te zijn van twee maanden backpacken in Zuidoost-Azië. We wandelen richting ‘De Sjampetter’, het café waar ze vele uren pratend over politiek heeft doorgebracht. Al wandelend lopen we langs het advocatenkantoor waar ze als middelbaar scholier een bijbaantje had. Het leidt direct tot een eerste interessante ontboezeming van Pauline. Ze vertelt: “De eigenaren zijn bevriend met mijn ouders, dus zo mocht ik hier op het kantoor komen werken. Toen ik ging studeren in Utrecht tipten zij me dan weer bij een bevriend advocatenkantoor om als secretaresse aan de slag te kunnen”. Ze vervolgt: “Dan ben je lid van een partij die de eigen kracht propageert en ik kon dat werk ook met gemak aan, maar ik werd dus wel via ‘het netwerk’ telkens een stapje vooruit gebracht. Dat bekijk ik dan zelf toch met gemengde gevoelens”. Er ontspint zich een interessant gesprek, waarbij ik onder andere inbreng dat men vaak ook op eigen kracht een netwerk moet opbouwen. Uiteindelijk komen we tot de slotsom dat het inderdaad ongemakkelijk voelt dat het hebben van een netwerk zo’n rol kan spelen naast je eigen kunnen.

Inmiddels is Pauline weer een stapje verder qua werk, naast haar studie werkt ze twee dagen in de week bij de provincie Utrecht. Daar houdt ze zich bezig met het omgevingsrecht. Deze baan blijkt een vervolg te zijn op een stage die ze voor haar rechtenstudie deed en de baan heeft ze op eigen kracht voor elkaar gebokst. Pauline vertelt dat ze het komend jaar naast haar bestuursfunctie ook blijft werken: “Het zijn gezellige collega’s en ik leer veel over het omgevingsrecht, waarin de komende jaren veel gaat veranderen”. Gezien mijn functie als portefeuillehouder Ruimte & Mobiliteit mag het niet verbazen dat het gesprek zich nog even voortzet op dit thema. Pauline merkt na een tijdje echter terecht op dat “De meeste lezers zullen die omgevingswet waarschijnlijk niet zo interessant vinden, dus misschien moeten we daar maar niet te lang over doorgaan”. Een uitspraak die de zorgzame kant van Pauline mooi tekent.

We hebben ons inmiddels op het terras van de Sjampetter genesteld en een drankje voor onze neus. Met haar scherpe oog voor detail constateert Pauline dat ik voor de verandering een cola heb besteld in plaats van een biertje. Het leidt tot gegrinnik van de serveerster, maar ik stel hen beiden gerust dat ik zo een Davo (een Deventer speciaal bier, red.) wil drinken. We praten nog even door over wat Pauline zo aantrekkelijk vindt in het juridisch werk. Pauline vertelt: “In principe heb je geen recht nodig als het goed gaat, maar als het fout gaat, dan heb je juist een vangnet nodig. Ik vind het nadenken daarover erg leuk”. Ze vervolgt: “Binnen het juridische kader ben ik wel voorstander van het gegeven dat er meer naar de geest van de wet dan naar de letter van de wet gehandeld moet kunnen worden.” Het is een mens-georiënteerde visie, iets waar Pauline duidelijk waarde aan hecht.

Pauline is benieuwd naar alle vragen die ik voorbereid zou hebben. Ik besluit om te starten helemaal bij het begin, haar geboorte. Pauline vertelt dat ze in het Deventer ziekenhuis is geboren waarna ze de eerste jaren in en rond Deventer heeft doorgebracht. “Mijn ouders zijn in Deventer neergestreken omdat het een goede verbinding heeft naar onder andere de Randstad, anders was ik vast wel ergens anders geboren” meldt Pauline heel nuchter. We springen snel naar haar 11e levensjaar. “Mijn ouders zijn toen uit elkaar gegaan, waarna mijn moeder in het ‘ouderlijke huis’ bleef wonen terwijl mijn vader elders in Deventer is gaan wonen. Het was een scheiding met weinig spanning en goed voor ons als kinderen” zo vertelt Pauline. Ietwat grinnikend vervolgt ze: “Ze zijn naast ons als kinderen ook de hond altijd blijven delen en nu overwegen ze zelfs om samen weer een nieuwe hond te nemen en te blijven delen”. We praten door over het gezin waarin ze is opgegroeid en hoe haar dat gevormd heeft. Pauline vertelt over de vele discussies die ze thuis heeft gehad, waarbij ze trots verteld dat ze inmiddels haar ouders zover heeft gekregen om D66 te stemmen. “Mijn vader is zelfs ooit voor de VVD nog kandidaat voor de gemeenteraad geweest. Maar met mijn oudere broer gaan de discussies nog steeds door, hij is meer conservatief-liberaal georiënteerd” vertelt Pauline. Ze vervolgt: “Het bericht dat de NS genderneutrale omroepberichten invoert is nu bijvoorbeeld zo’n thema, de aandacht die de NS genereert met een persbericht geeft me het gevoel dat het deels symboolpolitiek voor hen is”. Terwijl ik dit noteer bedenk ik me dat het een gevoel van ‘greenwashing’ bij me opwekt.

We praten verder over hoe wij als Jonge Democraten vaak veel willen veranderen en het steeds vaker over thema’s gaat die moeilijk in regels te vangen zijn. Pauline stelt daarbij de vraag: “Het lastige is dat de problemen vaak voortkomen uit tradities, met vooroordelen, waar mensen zich al dan niet bewust aan vastklampen. En dat kun je nou moeilijk veranderen via de politiek”. We praten over vooroordelen, waarbij de SIRE-campagne over ‘typisch jongensgedrag’ ter sprake komt. Ik ben benieuwd hoe Pauline

kijkt naar de reactie van veel JD’ers om de campagne en boodschap te diskwalificeren door het gebruikte vooroordeel over jongensgedrag. Pauline reageert: “Het is jammer dat de boodschap ‘laat een kind zichzelf zijn’ niet over komt door de manier waarop het verpakt is. Het laat maar zien hoe erg je moet letten op de vorm van je verhaal”. Het is een punt waar ik me in kan vinden.

We vervolgen het gesprek over de levensloop van Pauline. Pas op de middelbare school ontwikkelde ze echt haar politieke interesse. Pauline: “Er vormde zich een groepje met allemaal politiek-geïnteresseerden, van communist tot uitgesproken PVV’er, alleen geen christelijk geluid”. Voor Pauline werd hierdoor duidelijk dat ze het D66-gedachtegoed interessant vond en ze kreeg op haar 16e een combilidmaatschap van haar vader cadeau. “Dat er ook zoiets als de JD bestond ontdekte ik toen pas, maar die was in Deventer niet actief, dus ik ging in eerste instantie naar de D66-fractie hier in Deventer” vertelt Pauline. “Ik wilde echter zelf wat doen, toen heb ik in mijn 5e klas met 4 anderen het initiatief gevormd voor een JD-commissie voor de Stedendriehoek (Deventer, Apeldoorn & Zutphen, red.), welke onder de JD Twente viel” zo vervolgt ze. We praten door over haar JD-carrière, waaruit blijkt dat we ongeveer op hetzelfde moment actief werden. Het leidt tot de opmerking van Pauline over ons eerste congres: “Het viel me bij dat congres in Groningen op dat we als vereniging op een bepaalde manier heel divers zijn. Dan komen er verspreid uit het hele land mensen bij elkaar en nog heeft iedereen wel een andere thema dat men interessant vindt”. Ze vervolgt: “Gelukkig kon ik in Groningen wel beter slapen; bij mijn eerste landelijke activiteit, een PI-weekend, lagen boven mij in het stapelbed twee mensen en die waren niet heel stil”. Nadat we gefilosofeerd hebben over wie dat geweest konden zijn, vervolgen we het vraaggesprek.

Dat ze tijdens haar studie in Utrecht actief zou worden voor de Jonge Democraten stond eigenlijk al in de sterren geschreven, maar toch heeft dat even geduurd; “Ik wilde eerst mijn draai vinden in de stad voordat ik afdelingsbestuurder zou worden”. Niet dat ze in de tussentijd stilzat. Pauline werd ‘nog even’ voorzitter van de (toen) nieuwe landelijke werkgroep Defensie. Ze vertelt: “Dat was niet helemaal de bedoeling: het was bedoeld als lokale thema-werkgroep, maar er bleek geen landelijke werkgroep te zijn. Ik werd lid omdat ik er nog vrijwel niets van wist en er kennis over wilde opdoen. Bleek dat er geen voorzitter was, dus kwam die taak bij mij terecht”. Pauline vervolgt: “Ik hield me vooral met de organisatorische kant bezig en minder met de inhoud”.

In haar tweede studiejaar riep het afdelingsbestuur dan toch. Pauline vertelt: “Drie dagen voordat mijn eerste bestuursjaar afliep besloot ik er nog een jaar aan vast te plakken, maar nu als Algemeen Secretaris (AS) in plaats van Promotie & Ledenbinding”. Na twee jaren bestuur koos ze om iets rustiger aan te gaan doen bij de JD: “Het was ook helemaal niet mijn bedoeling om voor het LB te gaan, het leek niet heel logisch in mijn plannen”. Ze vervolgt: “En dan praat je links en rechts met mensen en dan besluit je dat het wel kan, maar welke functie dan? Gezien mijn ervaring was Voorzitter een optie geweest, maar ik ben meer ondersteuner dan trekker en de geruchtenmachine noemde al meerdere namen daarvoor. Ook Scholing & Organisatie was een optie, maar ik voelde me toch meer thuis in de functie van AS”. Zelfs hoe ze het verteld is kenmerkend voor Pauline, ze analyseert de situatie, weet wat bij haar past en maakt dan rustig een overwogen keuze. We praten door over het imago van de JD, Pauline vertelt: “Soms hoor je weleens dat de Jonge Democraten ook wel schamper ‘Jonge Bureaucraten’ genoemd worden omdat we alles zo uitgebreid willen vastleggen. Ik ben meermalen lid geweest van de SNC (Stem- en Notulencommissie, red.) en heb een interesse voor het HR (Huishoudelijk Reglement, red.), ik vrees dat ik dat imago daarmee niet ontkracht”. Ik kan me niet voorstellen dat Pauline daarmee bedoelt dat de JD een saai imago heeft en herinner Pauline aan de anekdote die ze eerder vertelde over haar eerste PI-weekend. Pauline vertelt lachend: “Wat mij betreft mag er wel speciale ‘bunga-bunga-kamer’ zijn bij landelijke weekenden, ik vind dat we bij de JD de laatste jaren wel vaak erg burgerlijk zijn geweest”. Ze vervolgt schuldbewust: “Maar daar deed ik misschien ook wel aan mee met mijn relatie”.

Het ontlokt bij mij de vraag of ze vroeger dan een wildebras was, waarop Pauline lachend vertelt: “Nee, ik was juist heel braaf, ik wilde tot mijn 23e niet drinken, wat ik trouwens maar tot mijn 16e heb volgehouden. Nadien ging ik vooral hier naar de Sjampetter om te borrelen. Ik ben meer een borrelaar dan een discoganger, alhoewel we wel eens naar een boerendisco hier in de streek gingen”. Nuchter constateer ik dat ik een verband zie tussen de actieve politieke interesse en het beginnen met borrelen, wat Pauline niet kan ontkennen. Haar ambities voor het komende jaar liggen niet alleen op het bureaucratische vlak zoals het duidelijker maken van het HR. Ze ziet ook de ruimte om als AS eigen kleine projecten op te pakken zo vertelt ze: “De verenigingskant, de gezelligheid, die heeft me altijd erg aangesproken. Ik denk dan aan plannen ontwikkelen om bijvoorbeeld de hoge doorstroom te verminderen en mensen langer te binden”.

Voordat ik een volgende vraag kan stellen wordt Pauline gebeld over hoe laat ze kan eten vanavond. Het doet ons besluiten om het interview langzaam af te ronden. Het brengt mij tot de vraag die ik ook aan Danny stelde en waarvan ik besloot dat ik die bij elk interview zou gaan stellen, namelijk sinds wanneer Pauline wist welke geaardheid zij heeft? Pauline moet lacht om mijn omslachtige opbouw naar deze vraag, maar gaat er nadien serieus op in: “Geestelijk stond ik vroeger wel open voor vrouwen, maar uiteindelijk heb ik altijd een stuk meer interesse in mannen gehad”. De vraag leidt ook tot de interessante constatering van Pauline dat ze het idee heeft dat er minder lesbiennes dan homo’s binnen de JD zijn. Samen komen we er niet op uit of het klopt en waar dat verschil dan in zou zitten.

Met nog één vraag op mijn lijstje rekenen we af en lopen we richting het station. Al eerder refereerde Pauline dat het bestuursjaar niet in haar plannen past, dus ik ben wel benieuwd hoe ze over haar eigen toekomst denkt. Nadat ze me heeft gewezen op een ijssalon die erg lekker zou moeten zijn, vertelt ze: “Ik heb geen grote politieke ambitie, alhoewel een bestuurlijke functie zoals Gedeputeerde me wel aanspreekt. Mijn ambitie ligt bij de wetgevende kant. Na het jaar als LB’er wil ik een master Staats- en Bestuursrecht met een specialisatie in het omgevingsrecht doen en hopelijk daarna bij de rijksoverheid het traineeprogramma ‘Academie voor wetgeving’”.

Voordat we afscheid nemen moet ik beloven dat als het wel goed weer is ik Deventer nog een keer moet bezoeken vanwege de vele historie en dat ik dan die ijssalon zeker niet moet vergeten. Het is Pauline ten voeten uit: oog voor detail hebben en ondertussen ook aandacht voor de mensen en de omgeving om haar heen houden.

Meld je aan voor de delegatie naar LYMEC in Sofia!

Van 13 t/m 15 oktober zal onze Europese koepelorganisatie LYMEC haar najaarscongres organiseren in Sofia, Bulgarije. Voor aanvang van deze Algemene Ledenvergadering (ALV),  zal er ook een seminar plaatsvinden. De seminar heeft als onderwerp “Transatlantic Relations” en zal uit verschillende interactieve sessies bestaan. Een voorlopig programma is te vinden via: http://www.lymec.eu/events/lymec-autumn-congress-in-sofia/
 
CONGRES
Tijdens het congres zullen er politieke voorstellen behandeld worden, maar ook organisatorische aspecten van LYMEC komen aan bod, zoals de bestuursverantwoording en de financiën.
De deelnemersbijdrage voor dit congres is €120, voor de JD'ers die ook aan het seminar deelnemen bedraagt dit €140 (totaal). Van de deelnemersbijdrage wordt, na terugkoppeling, 50% door de JD vergoed. Wat betreft de reiskosten vergoedt de JD, eveneens na terugkoppeling, 70% (met een maximum van 80 euro).
 
AANMELDING
Ben in je geïnteresseerd in deelname aan het congres? Meld je dan aan! Dit doe je door dit formulier in te vullen. NB: Door je aan te melden ga je de commitment aan om tijdens de voorbereidende bijeenkomst (zondag 1 oktober 14:00 uur, Haagsche Bluf) en het congres aanwezig te zijn, en zowel tijdens de voorbereiding als het congres een bijdrage te leveren. Deadline voor het indienen van resoluties voor dit congres is 15 september.
Er zullen maximaal 5 mensen worden geselecteerd. Door wijzigingen binnen LYMEC heeft de JD slechts 3 gegarandeerde plaatsen (inclusief Bestuurslid Internationaal), en zal de selectiecomissie daarnaast 3 'reserve' delegatieleden benoemen waarvan we pas later definitieve deelname horen van LYMEC (na 13 september). Ik wil nogmaals benadrukken dat er ruimte is voor zowel nieuwe leden als actieve leden! 
 
DEADLINE
De deadline voor het opgeven ligt op zondag 3 september, 23:59 uur. De selectie van delegatieleden zal worden uitgevoerd door een selectiecommissie van 3 personen, de uitslag zal persoonlijk worden teruggekoppeld aan iedereen nadat deze definitief is vastgesteld, maar uiterlijk op 13 september.
Voor vragen en/of opmerkingen kan je terecht bij Laura Neijenhuis en Dennis van Driel via e-mail <internationaal@jd.nl> of telefoon (Laura +31634203163, Dennis +31615514097)

Danny Hoogstad – De zorgzame

Door: Peet Wijnen

Op een zonnige middag heb ik met Danny in Utrecht afgesproken op het station. Voor Danny niet meer dan logisch om hier af te spreken. Ik stond echter vol met raadselen. Danny komt toch uit Friesland? Wat heeft hij met Utrecht? Het antwoord op de vraag is typisch Danny: “Ik heb inderdaad ook niet veel met Utrecht, behalve dat ik er mijn studie deed dan, maar het is praktisch voor ons allebei om hier af te spreken”. Terwijl we naar het Neude wandelen vertelt Danny dat hij vandaag toch al in Utrecht was omdat hij de locatie van het Septembercongres samen met Nienke Vennik ging bezichtigen. En passant vertelt hij dat hij direct ook even een goede deal had geregeld voor het avondeten waardoor we een keer iets anders eten dan Italiaans! 

Eenmaal op het Neude aangekomen parkeren we ons op een van de vele terrassen en bestellen we een biertje. Omdat ik me realiseerde bij het bespreken van de gesprekslocatie dat ik Danny vooral ken binnen de Jonge Democraten, ben ik nieuwsgierig wat hij daarnaast nog doet. Danny blijkt een bezige bij te zijn. Naast zijn studie rechtsgeleerdheid in Groningen werkt hij nog bij het bedrijf van zijn vriend. “De functie heet dan wel ‘office-manager’, maar ‘manusje-van-alles’ zou je ook kunnen zeggen. Ik probeer het dagelijkse reilen en zeilen in goede banen te leiden en pak daarnaast allerlei kleine leuke klusjes op”. Danny vervolgt: “zo geven we IT-cursussen, waarbij ik recent een lessenreeks op een basisschool heb gegeven, dat vind ik heel gaaf om te doen”. Dat aanhorende constateer ik een verband met zijn nieuwe bestuursfunctie als Bestuurslid Organisatie & Scholing. Maar Danny blijkt nog niet klaar te zijn met het opsommen van zijn (neven-)werkzaamheden, hij zetelt ook in de WMO-Raad van zijn woongemeente en geeft soms nog juridisch advies als zelfstandig ondernemer. Hij verwacht al deze ballen wel in de lucht te kunnen houden, vooral omdat hij veel minder gaat werken. Als ik vraag of dat geen gevolgen heeft voor zijn inkomen geeft hij aan dat de bestuursvergoeding iets compenseert, maar zeker niet alles. Plots wordt hij fel: “Maar dan de discussie over vacatiegelden, het NS-reisabonnement en of we de reiskosten vervolgens zelf zouden moeten betalen, dat voelt zo verkeerd”. En vervolgt: “We gaan fulltime aan de slag, veel reizen en zijn vaak ’s avonds ergens onderweg voor de Jonge Democraten, als dat allemaal van die ene vergoeding moet komen, dan wordt het wel heel moeilijk. Ik heb heel veel voor de Jonge Democraten over, maar ik moet ook nog een leven kunnen blijven houden” zo besluit hij.

Terwijl de drankjes worden gebracht weet Danny nog te melden dat hij meestal een witte Port of rode wijn drinkt, maar een goed biertje niet versmaadt. Als bierdrinker proost ik daar graag op. Ik ben benieuwd of hij de discussie over bestuursvergoedingen in een breder perspectief ziet binnen de Jonge Democraten.

Voor we bij daar belanden, vertelt Danny eerst over zijn JD-carrière. Drie jaar geleden werd hij lid, in de periode dat hij verhuisd was naar Friesland. De afdeling Fryslân zoals we die nu kennen was toen zichzelf nog aan het uitvinden. Danny vertelt: “Zoals veel leden kende ik de JD niet. Ik zag op Facebook een nieuwe ledendag van JD & D66 Groningen, ergens in september, dus ik ging daar naartoe. Ik voelde me er heel erg welkom, maar toen kwam Jasper van den Hof erachter dat ik in Friesland woonde. Hij stuurde me nog nét niet per direct weg, maar hij wilde me eigenlijk niet meer zien totdat ik bij de JD in Friesland was geweest, en zo geschiedde”. Als we nog even lachen om deze opmerking verschijnt, alsof de duvel er mee speelt Jasper opeens op het Neude. Hij en een niet nader te noemen ander JD-lid hebben ons opgemerkt en zoeken ons op. Nog net niet stelt Jasper de vraag “Waarom ben jij niet in Friesland” aan Danny, maar dat Danny in de gaten gehouden wordt moge wel duidelijk zijn.

Na dit intermezzo vervolgt Danny zijn geschiedenis bij de JD. Na een paar maanden wist Jantine Meister hem over te halen om tot het Friese afdelingsbestuur toe te treden ondanks zijn aanvankelijke tegenstribbeling dat hij zichzelf te onervaren vond. Mede vanwege de vele anekdotes van afdelingsbestuursleden die wanneer ze bij een tweede borrel langskomen al het bestuur worden ingepraat moet ik daar hartelijk om lachen. Na onder andere het afdelingsbestuur en voorzitter van het congresteam van Leeuwarden is het landelijk bestuur een mooie stap. Een die hij zelf omschrijft als “Op het eerste oog lijkt het altijd heel knap, lid zijn van het landelijk bestuur, maar op den duur ontdek je dat het vooral erg leuk is”.

We bestellen nog een drankje, Danny neemt ditmaal een frisdrankje. “Want ik moet nog autorijden”, waarmee hij bedoelt, het laatste stuk in Friesland tussen Heerenveen en Lippenhuizen, waar hij woont. Omdat ik slechts één ander persoon uit Lippenhuizen ken en die het echt een plaats van niks vindt, ben ik benieuwd hoe Danny daar toch in hemelsnaam terecht is gekomen. Het blijkt een stapsgewijze opmaat over Danny’s achtergrond te zijn.

Tot drie jaar geleden woonde hij samen met zijn vriend in Steenwijk, de 2,5 jaar die ze daar woonden waren bijna een sociaal isolement. Echter de keuze om in Steenwijk te gaan wonen was indertijd heel logisch. “Ik studeerde in Utrecht, werkte in Amersfoort en bij mijn vriend gold datzelfde juist voor Groningen, dus een woonplaats met intercitystation daartussenin was logisch”. Danny vervolgt: “Dat vrij snel daarna het studentenreisrecht werd ingeperkt was wel even een domper. Toen ik besloot mijn studie in Groningen te gaan doen viel dat nadeel gelukkig weg, Gabe en ik konden namelijk nu samen naar Groningen reizen, met de auto, dat wel”. Danny merkt op dat ik als OV-adept even stilval bij de zinsnede ‘met de auto’. “Ik ga ook liever met de trein, maar zeker met een zuinige auto is het al vanaf twee personen goedkoper en ook erg milieuvriendelijk om met de auto te gaan” probeert Danny op me in te praten. “In Friesland ben ik bij de JD vaak ‘Taxi Danny’, waarbij ik half Friesland doorrijd om mensen thuis te brengen voordat ik zelf thuis ben, en dan ben ik altijd nog sneller thuis dan met het OV”. Ik herken het beeld dat hij schetst over het OV helaas door mijn Zeeuwse achtergrond. 

Voordat Danny naar Steenwijk verhuisde heeft hij altijd thuis gewoond bij zijn ouders in de Hoeksche Waard. Ook tijdens zijn studie in Utrecht is hij nooit op kamers geweest. Hij reisde 4,5 jaar lang dagelijks vanuit zijn ouderlijke woonhuis naar Utrecht en terug. “Ik ben best honkvast, dus die 2,5 uur per rit (!) vond ik niet heel erg” zo verklaart Danny. Ik bedenk me dat ik na één jaar elke dag 3 uur reizen voor mijn werk, het wel beu was dus ik bewonder zijn doorzettingsvermogen. “En daarnaast bleef ik regelmatig bij vrienden in Utrecht of Hilversum slapen, dan gingen we na college de stad in” zo vervolgt Danny het gesprek. Het komt vaker terug in het gesprek, Danny heeft een aantal waarden die hij belangrijk vindt en probeert daar op een praktische manier invulling aan te geven.

Gedurende die studietijd in Utrecht heeft Danny ook Gabe ontmoet, wat hij zelf omschrijft als ‘een liefde op het eerste gezicht’. Danny fleurt helemaal op als hij vertelt hoe ze nog samen op het plein voor de Dom lagen bij hun eerste ontmoeting. Het brengt me tot een vraag waarbij ik constateer dat we deze eigenlijk alleen stellen aan mensen die ‘uit de kast zijn gekomen”, namelijk: wanneer hij wist welke geaardheid hij had? Danny vertelt dat hij al aan het eind van de basisschool wist dat hij op mannen viel, maar de eerste jaren zelf nog moeite mee had.  Pas halverwege de middelbare school durfde hij uit de kast te komen. Achteraf bleek dat iedereen al wel een vermoeden had.

Nadat Gabe en hij 3 jaar met grote regelmaat heen en weer reisden tussen Friesland (waar Gabe woonde) en zijn ouderlijke huis was de relatie zodanig dat ze besloten om samen te gaan wonen, in het eerder genoemde Steenwijk. Toen Danny besloot zijn studie rechtsgeleerdheid in Groningen te volgen was de noodzaak om in een kern met station te wonen minder groot. In de zoektocht naar een ruimere woning met tuin kwamen ze toen uit in Lippenhuizen. Danny omschrijft het zelf als “super-relaxed, die rust, de ruimte en de poezen die op je wachten als je thuis komt”. Zo te horen heeft Danny voorlopig zijn stekje wel gevonden.

De eerder bestelde bittergarnituur wordt afgeleverd en we praten even door over hoe goed we het wel niet hebben. Het gesprek komt gaandeweg op de inmiddels illustere ‘vleestaks’ en of de Jonge Democraten deze zelf moeten invoeren. Een gevoelig onderwerp waar Danny en ik over van mening verschillen. Danny haalt aan dat we binnen de Jonge Democraten vaak erg hoog op geven over dat we duurzaam en maatschappelijk verantwoord bezig moeten zijn, maar het ‘practice what you preach’ daarna te vaak vergeten. Danny haalt een paar punten aan zoals het (vroeger) gratis papieren congresboek, het wel of niet invoeren van een vleestaks maar ook nadenken over de duurzaamheid van onze promo-acties.Ik herken het beeld dat Danny schetst, dat we soms binnen de Jonge Democraten te gemakzuchtig op onze lauweren rusten over hoe progressief we zijn. “Ik snap ook wel dat niet iedereen achter zulke maatregelen staat, maar we zijn soms teveel een prinses op de erwt. We willen per se luxer en beter maar vervolgens staan we niet stil bij het totale (kosten)plaatje. Als leden meer willen dan maatschappelijk duurzaam verantwoord is, dan zouden ze daar individueel meer voor moeten betalen” zo vertelt Danny. “Hier is duidelijk te merken dat ik iets minder tactisch ben dan Gabe, hij zou dit iets genuanceerder vertellen” zo laat hij onbewust vallen.

Het is een mooie aanleiding om naar de laatste set aan vragen te gaan. Ik ben wel benieuwd hoe zijn relatie met Gabe is en hoe deze tegenover zijn bestuursjaar staat. Gabe en hij blijken inmiddels ruim 8,5 jaar samen te zijn en nu ruim 2 jaar verloofd. “We willen helemaal niet binnenkort trouwen, maar hij wilde me per se op PI-dag in 2015 ten huwelijk vragen (In cijfers is dat 3/14/15, de eerste 5 cijfers van het pi-getal, red.). Ik wist daar niks van, maar ik vond het heel schattig en romantisch” zo vertelt Danny. “We hebben deels dezelfde hobby’s, zo hebben we thuis onze bureaus tegenover elkaar staan zodat we allebei kunnen gamen en toch ook samen zijn. Wij beschouwen een relatie als twee individuen die samen een leven leiden en dingen samen doen, maar ieder ook met zijn eigen dingen”. Gabe blijkt het bestuursjaar van Danny dan ook zeker aan te moedigen. Danny: “We geven elkaar de ruimte om de eigen passie in te vullen, dat lukte ook in Gabe’s bestuursjaar. Degene die het thuis het moeilijkste zal hebben is de oudste poes, zij is echt mijn prinsesje”.

Als we teruglopen naar het station heb ik nog één vraag aan Danny, namelijk wanneer het bestuursjaar voor hem geslaagd is. Danny denkt een paar tellen na en antwoord daarna kordaat: “Twee zaken, het eerste is dat we als bestuur er voor elkaar zijn en elkaar steunen, die teamspirit zie ik als een belangrijk thema, het tweede is dat de vereniging constructief blijft en dat we wat vaker liever voor elkaar zijn en naar elkaar omkijken”. Het is een antwoord dat mij tevreden stemt en waarin ik de zorgzame kant van Danny herken.

Kevin Brongers - De Rotterdammert in Delft

Door: Peet Wijnen

Kevin Brongers, Foto: Edwin Bakker

Foto: Edwin Bakker

“Met je poten in de modder staan”. Deze uitspraak loopt als een rode draad door het gesprek met Kevin heen. Het begint al met de locatie waar we afspreken, de SS Rotterdam, het voormalige vlaggenschip van de Holland-Amerika-Lijn. Kevin vertelt me dat hij graag op dit schip wilde afspreken, maar niet waarom. Al stevig filosoferend was ik tot de conclusie gekomen dat er slechts twee redenen konden zijn. De eerste was dat hij als rasechte Rotterdammer een schip met zo’n naam niet links kon laten liggen. De tweede was de recente geschiedenis van het schip, waarbij een woningcorporatie bijna failliet ging vanwege de renovatiekosten die hij als wijze les ziet dat ambitie ook grenzen kan kennen.

Er bleek een andere, heel persoonlijke, reden te zijn. Terwijl wij op een zonnig achterdek genoten van een biertje vertelde Kevin dat zijn opa jarenlang beneden in de machinekamer het schip draaiende hield en er trots op was dat hij kon varen op een schip welke vernoemd was naar zijn stad.

Terwijl Kevin dit vertelt wijst hij naar een steiger zo’n 100 meter van waar we nu zitten: “daar is mijn opa’s as uitgestrooid, het was zijn laatste wens om weer een met het water te worden”. Een paar maanden na die gebeurtenis kwam het nieuws dat er een vaste ligplaats voor de SS Rotterdam was gevonden. “Als dan blijkt dat het schip waar je opa zijn halve leven heeft doorgebracht en waarmee oceanen zijn overgestoken op de plek komt te liggen waar zijn as is uitgestrooid, dan doet dat toch wat met je nuchterheid” zo vertelt Kevin. Ik kan moeilijk anders dan hem gelijk geven.

Terwijl we genieten van de prachtige omgeving vertelt Kevin verder over zijn familie. Met een familie die al meerdere generaties in deze stad wortelt wil Kevin duidelijk zijn dat hij een echte Rotterdammer is en trots is dat hij de Rotterdamse mentaliteit met zich meedraagt. Ik juich stilletjes omdat in ieder geval één van mijn redenen voor de keuze van dit schip goed bleek. Doorvragend wat die Rotterdamse mentaliteit voor hem betekent vertelt Kevin dat dit voor hem zoveel betekent als “hard werken, met je poten in de modder staan, keuzes durven maken en je durven uitspreken”.

Dat deze waarden belangrijk zijn voor Kevin blijkt wel als we komen tot hoe hij het aankomende jaar ziet. Zoals hij in zijn toespraak al vertelde blijft hij namelijk naast zijn voorzittersfunctie het komende jaar werken als communicatiemedewerker van de gemeente Rotterdam. Over zijn werk steekt hij direct van wal. “Als je dan bij een supermarkt in gesprek gaat met bewoners over bijvoorbeeld hoe belangrijk afvalscheiding is, het levert je zoveel inzicht op. Ik kan daar wel een ingewikkeld verhaal houden over het milieu, maar het draait er om dat ik begrijp wat hen bezighoudt. Voor hen is het een veel groter probleem dat er ratten in de buurt wonen, ook een gevolg van slechte afvalscheiding. Daar kom je pas achter als je echt in gesprek gaat. Door zulke gesprekken ontstaat begrip voor het beleid van hun kant en begrip voor de situatie in veel wijken van mijn kant. Ik ben dan ook trots dat ik in zulke gevallen vertegenwoordiger van de stad mag zijn en bewoners kan helpen”.

Het interview leidt daarmee eigenlijk als vanzelf richting de Jonge Democraten. Kevin spreekt zo vol passie over zijn werk dat ik begin te twijfelen over de combinatie met zijn toekomstige functie. Die werkt hij echter vakkundig de wereld uit met twee goede argumentatielijnen. De eerste is het simpele rekensommetje dat van de 168 uur in de week er naast de 49 voor slaap en 15 voor zijn werk toch nog zo’n 100 uur overblijven. De tweede is in de stijl van de NS: “de Jonge Democraten komen op 1, 2 en 3 voor mij, de rest wijkt daarvoor”. Bij de vraag hoe zijn omgeving daarover denkt lacht Kevin schaapachtig: “Daar heb ik van te voren goede gesprekken over gehad met mijn vriendin en mijn familie, daar zijn zeker afspraken over gemaakt”. Duidelijk is dat Kevin nadenkt voordat hij iets doet.

Met het thema aangesneden vraag ik direct door over de JD. Als voorzitter is inzet natuurlijk belangrijk, maar of die zo gerechtvaardigd is om de JD op 1, 2 en 3 te zetten? Kevin brengt daar tegenin dat de Jonge Democraten niet alleen hem, maar ook veel mensen iets brengt. Hij kijkt daarmee ook buiten de vereniging en constateert dat wij als Jonge Democraten meer aan onze relevantie kunnen werken. Hij spreekt opeens met vuur als het gaat over een recente actie van een mediaprogramma. De PJO’s van de formerende partijen waren uitgenodigd, maar opeens werd de JD afgebeld. “Hoe kunnen wij als grootste PJO van Nederland in zo`n geval het minst relevant zijn voor zo’n programma, waar gaat dit mis?”. Voor ik kan antwoorden vervolgt hij al “Dat maakt me nog steeds boos als ik dat hoor, komend jaar wil ik samen met de vereniging er aan werken om daar verandering in te brengen. Zorgen dat de JD relevanter wordt”.

Tijdens het gesprek dat volgt over hoe hij dat wil bereiken komen we al snel uit bij een gevoelig thema, namelijk inclusiviteit. Kevin spreekt vol passie over het belang dat de Jonge Democraten veel inclusiever moeten worden, niet alleen qua etniciteit of gender, maar ook bijvoorbeeld qua opleidingstype of sociaaleconomische achtergrond. Mijn reactie als advocaat van de duivel hoe het dan zit met de ruimte voor de hoger opgeleide blanke man, slaat Kevin vakkundig neer door fijntjes te wijzen op het feit dat “inclusiviteit niet gaat over het teveel, maar over het te weinig”. Een uitspraak die weinig te raden over laat. We praten nog even verder over de plannen die hij in zijn hoofd heeft voor de Jonge Democraten, maar ik schrijf het maar half op. Zijn opmerking over inclusiviteit zet me aan het denken en ik ben wel benieuwd of dit een thema is dat hem al langer bezighoudt.

Kevin lijkt niet echt te schrikken van die vraag. Hij vertelt mij dat hij in zijn jeugd van zijn ouders al veel waarden mee kreeg. Een uitspraak die hem nog bij staat is van zijn moeder “ik zie geen kleur, het gaat om de mens die er achter zit”. Dat waarden belangrijk waren in de familie wordt snel duidelijk. Waar zijn grootouders nog christelijk waren zijn de ouders van Kevin dat niet meer. Desondanks ging hij naar een christelijke school, juist vanwege het waardenpakket dat in de lessen verpakt zat. Binnen de familie was Kevin de eerste die ging studeren en in die zin valt ook goed te begrijpen dat hij het belang van een samenleving met kansen voor iedereen inziet.

Voordat we naar de tweede locatie gaan stel ik nog een vraag aan Kevin. Voor het eerst lijkt hij te aarzelen over een antwoord. Het intrigeert me, want bij bijna elk gesprek met een nieuw lid wordt deze vraag gesteld: “Waarom ben je lid geworden van de JD?”. Het antwoord heeft indirect te maken met zijn christelijke scholing. Dat de evolutietheorie en de bijbel met elkaar botsten werd in de lessen van meester Milan wel duidelijk voor Kevin. Maar dat klasgenoten hem pesten omdat hij zei dat de mensen van apen afstamden, dat was belachelijk. Dat klimaat waarin kennisontwikkeling werd geremd maakte dat Kevin op een ontdekkingstocht ging. Rond zijn 14e kwam hij uit bij D66 en indirect ook de JD. Actief werd hij pas toen hij tijdens zijn studie Koen (huidig secretaris pers) leerde kennen en zo ging het balletje opeens snel rollen voor Kevin.

Met nog een paar vragen in mijn hoofd begeven we ons naar de tweede locatie voor ons gesprek. Het verbaast me eigenlijk weinig, we gaan namelijk wéér naar een Rotterdam. Ditmaal geen schip, maar de gigantische wolkenkrabber op de Kop van Zuid. We begeven ons naar het terras van de hotelbar in de oostelijke toren, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de Erasmusbrug en het stadscentrum.

Terwijl ik de massaliteit van het gebouw op me laat inwerken zie ik in mijn ooghoeken dat Kevin zich helemaal lijkt over te geven aan de omgeving. Voor een paar minuten staat hij aan de leuning te genieten van het uitzicht op de stad en bloeit hij helemaal op. Als we even later een drankje hebben moet ik de vraag dan ook wel stellen waarom hij überhaupt uit de stad is vertrokken. Wederom is het antwoord verrassend simpel: “ik wilde met een paar vrienden gaan samenwonen, maar dat lukte niet in Rotterdam, maar wel in de hoogste galerijflat van Delft. Ik word daar elke dag op de 17e etage wakker met een fenomenaal uitzicht op Rotterdam, dus de stad voelt dan niet zo ver weg”. Hij vervolgt: “En over vijf jaar woon ik weer in deze stad, tenzij ik een écht hele gave baan op een ambassade in het buitenland krijg”. Over ambitie en heldere keuzes gesproken, denk ik hardop.

Terwijl we genieten van het prachtige uitzicht praten we verder over wat Kevin nog meer bezighoudt. De omgeving maakt dat we bijna automatisch van het interview afdwalen en het gesprek voortzetten over mobiliteit, duurzaamheid en hoe mensen zich in de toekomst gaan verplaatsen. We besluiten het gesprek af te ronden met een luchtige laatste vraag over zijn sportieve leven. Kevin steekt nog een keer van wal en weet in enkele minuten helder uit te leggen hoe hij tot de keuze kwam om als student niet door te gaan als handballer en in een voetbalteam terecht kwam. Daar geniet hij telkens weer dat hij als doelman met vrienden een balletje kan trappen. En hoe hij daar ook volgend jaar zeker nog tijd voor vrij maakt. Dat na die wedstrijden zijn poten onder de modder zitten, daar kan denk ik geen twijfel over bestaan.

Lysanne van Schaik - De Directeur

Door: Michiel Ruland

Lysanne van Schaik – zelfbenoemd Zeeuws Meisje.

Voor het tweede interview reisde ik opnieuw af naar Zeeland. Ditmaal niet naar Vlissingen, maar naar Goes. Bij afstemming van de locatie twijfelde Lysanne -ons nieuwe bestuurslid Pers en Promotie- over de locatie. Het werd uiteindelijk Goes.

Bij de afstemming van het interview was er één ding dat Lysanne niet los kon laten. Welke foto zou ik gaan gebruiken bij het interview. Bang dat ik der verschut ging zetten kwam ze zelf met een foto. Deze foto is het uiteraard niet geworden. Getriggerd door haar reactie ging ik zoeken naar komische foto’s van Lysanne. Deze bleken er zeker te zijn, maar heb ik niet gebruikt. Voor de liefhebbers; werp eens een blik naar de foto’s waar Lysanne in getagd is op Instagram.

Ondertussen maakte ik voor mij een inmiddels bekende treinreis naar Goes. Van Lysanne mag ik niet vertellen dat ze me stond op te wachten, maar dat was wel het geval. De reden dat zij niet wilt dat ik het interview zo begin is dat de meeste interviews met vrouwen volgens haar beginnen met een stuk tekst over hoe de vrouw er bij staat en wat ze aanheeft. Vanuit het station liepen we samen naar het café waar het interview plaats zou vinden.

Toen we op de markt van Goes aankwamen liepen we langs een aantal verschillende café’s. Lysanne wist precies te vertellen welke café wat van soort publiek trok. Helemaal achteraan lag het café waar wij naar toe zouden gaan. Het was het oude postkantoor van Goes. Lysanne’s opa had hier nog gewerkt vertelt ze. Hij sorteerde toen het nog een postkantoor was de post daar.

Toen we binnenliepen viel Lysanne haast gelijk in de armen van haar neefje, die daar achter de bar staat. Het was van een afstand te zien dat ze een goede band hebben en precies wisten wat erin elkaars leven speelde.

Na het tafereel met Lysanne’s neefje ging het bijna als vanzelf over haar familie. Het was gelijk duidelijk dat Lysanne uit een warm nest komt. Toen ze vertelde dat ze als gezin vroeg met de caravan op vakantie gingen kreeg ze gelijk pretoogjes.

Lysanne liet er meerdere malen geen misverstand over bestaan. Ze heeft een goede jeugd gehad en duidelijk was dat ze er ook met plezier op terugkijkt. Ze heeft een goede band met haar zusje, vader en moeder, maar eigenlijk met meer dan alleen haar gezin. Ze heeft een goede band met heel haar familie. Zowel aan haar moeders als aan haar vaders kant.

De ouders van Lysanne zijn gescheiden vertelt ze opvallend nuchter. Dit gebeurde op haar negetiende, toen ze al uit huis was. Zelf voert ze dat als een van de redenen aan waarom ze daar zo nuchter over is.

De nuchterheid van Lysanne is sowieso opvallend. Lysanne is duidelijk iemand die je niet makkelijk gek krijgt. Tevens is ze graag in control. Het lijkt of Lysanne goed weet wat ze zegt en hoe ze dat zegt. Op het moment dat ze dat ook maar even niet doet volgt gelijk het zinnetje “maar dat hoeft niet in het interview hoor”.

Het in control zijn komt ook naar voren bij hoe haar moeder Lysanne weleens noemt; “directeur”. Lysanne legt eerst uit dat dit komt doordat ze altijd haar zegje klaar heeft. Na doorvragen blijkt dat dit ook voortkomt uit de relatie die Lysanne met haar zusje heeft. Hier was Lysanne ook duidelijk het leidersfiguur. Ze vult aan dit ook bij studieopdrachten te zijn.

Ook bij Lysanne komt het geloof ter sprake. Ze vertelt direct niet zo’n groot probleem te hebben met gereformeerden als naar voren kwam bij Dennis zijn interview. Wel is er in Goes een duidelijk verschil tussen verschillende groepen, waardoor mensen elkaar niet echt opzoeken. Behalve bij de kortfbal, de oude sport van Lysanne. Daar kwam ze in contact met gereformeerden en dat zorgt er ook voor dat ze zich beter in hen kan verplaatsen.

We snijden een ander onderwerp aan; Lysanne’s jeugd. Hierbij verandert ook de hele stijl van interview. Lysanne wordt een stuk vuriger en laat zich minder makkelijk interviewen. Voortdurend komt ze zelf ook met vragen, waardoor het meer een gesprek en soms zelfs een discussie wordt. We snijden hierbij verschillende onderwerpen aan.

De vlammen uit de ogen Lysanne kommen tevoorschijn als het gaat over haar studie. Opvallend is ook hoe ze haar handen opeens gaat gebruiken. Met een vurig betoog legt Lysanne uit wat het belang is van communicatiewetenschappen. “Zonder een uitzonderlijk talent of een goed communicatieplan haal je het niet als je een bedrijf begint” vertelt ze. Voor Lysanne was de keuze voor communicatiewetenschappen er ook niet, zoals je bij veel mensen ziet, een omdat ze niet wist wat ze moest kiezen.

Voor haar studie ging Lysanne op kamers in Amsterdam, of eigenlijk Diemen-Zuid. Een hele stap voor een Zeeuws meisje, zoals ze zichzelf noemt. Dit was allemaal op haar 18de, hetzelfde jaar dat ze lid werd van D66 en de Jonge Democraten. Dit was voor haar geen gekke stap. Lysanne komt uit een echt D66-nest, zo vertelt ze. Haar moeder heeft altijd D66 gestemd en haar vader is zelfs gemeenteraadslid voor D66 geweest. Ook nu komt naar voren hoe goed de band van Lysanne met haar vader is.

Lysanne vertelt dat voor zowel voor haar als voor haar vader nooit een persoon ervoor gezorgd heeft dat ze lid zijn geworden van D66. Het zijn echt de standpunten van D66 die ervoor zorgen dat beiden lid zijn geworden. Er zijn ook niet echt standpunten die Lysanne niet zou kunnen verdedigen. Of ze is het eens met de JD en D66 of ze kan zich goed verplaatsen in de standpunten waardoor ze deze prima kan verdedigen.

Door ons gesprek over D66 komen Lysanne en ik op het onderwerp dat D66 een elitaire partij is. In de ogen van Lysanne is dat niet een slecht iets. Ze erkent dat het meestal niet positief bedoeld is, maar tegelijkertijd moeten we volgens Lysanne ook onder ogen zien dat niet iedereen Lamerlid kan zijn. Volgens Lysanne is er een groot verschil tussen elitair doen en elitair zijn. Hiermee bedoelt ze eigenlijk dat er een verschil is in doen alsof je het kan en het weet en het daadwerkelijk weten en kunnen. Voor haar betekent dit bijvoorbeeld dat zij over economie niet gaat pretenderen te weten hoe het zit. Hier zal zij afgaan op wat de werkgroep Economie zegt.

Tijdens dit soort discussies heeft Lysanne echte pretoogjes. Ze blijft in control over wat ze zegt maar heeft het duidelijk prima naar haar zin. Op het moment dat ik hiernaar vraag gaat ze zelfs glunderen. Dit is iets wat ze erg leuk vindt. Vroeger zat ze, in hetzelfde café als wij nu zaten, met haar vader met een wijntje en bitterballen te praten over de zin van het leven. Ik ga dat gesprek ook aan met Lysanne. Een boeiend gesprek dat ik iedereen aanraad eens met Lysanne te hebben. Een verslag van dit gesprek zou met gemak dit hele interview kunnen vervangen.

We ronden het gesprek hierna ook af. Lysanne loopt met mij terug naar de trein. Hierbij nemen we nog even een korte omweg om langs de oude middelbare school van Lysanne te lopen. Ze weet me nog precies te vertellen in welk lokaal ze welk lessen gehad heeft.

Eenmaal bij te trein aangekomen denk ik terug aan het interview. Woorden als pittige dame komen in me op, al mag ik die wederom niet gebruiken van Lysanne. Lysanne houdt er niet zo van als je termen gebruikt die alleen voor vrouwen worden gebruikt. Dat onderscheid zit haar duidelijk dwars. In de trein denk ik over een goede manier om haar te omschrijven. Zelf noemt ze zich Zeeuws meisje. Ik denk dat ze daar veel te bescheiden mee is. Lysanne is bijzonder vurig maar tegelijkertijd ook behoorlijk nuchter. Raak je ooit in discussie met Lysanne let dan eens op haar ogen. Het is grappig te zien hoe ze naarmate de discussie vordert in pretoogjes veranderen.

JD Blog

Pauline - De Precieze

Het treffen met Pauline vindt plaats in Deventer. Ze had vooraf weinig te raden overgelaten waarom we daar afspraken; ze is in Deventer opgegroeid én het is de plek waar ze voor het eerst actief we...

Lees meer...

vrijdag 01 september 20:00
Openingsborrel - Rotterdam
maandag 04 september 19:45
Jaaropening met Mini-AAV - Arnhem-Nijmegen
maandag 04 september 20:00
Join the party! - Utrecht
dinsdag 05 september 19:30
Dinosaurusverhalen - Leiden-Haaglanden
dinsdag 05 september 20:00
Introborrel voor nieuwe (en oude) leden - Groningen
vrijdag 08 september 18:00
JD Brabant Kick-off BBQ - Brabant
zaterdag 09 september 10:00
Septembercongres - Landelijk
maandag 11 september 20:00
Let's make this work(group) together! - Utrecht

» Bekijk volledige kalender

Vul hieronder je emailadres in om een link te krijgen waarmee je je aan kunt melden voor de nieuwsbrieven van de Jonge Democraten en waarmee je je abonnementen kunt wijzigen.

» Bekijk eerdere nieuwsbrieven

Twitter

Jonge Democraten Online

FacebookLinkedInTwitterYouTube

© 2017 Jonge Democraten