Politieke opinie

Jonge Democraten organiseren Nationale Coffeeshoptest

Verspreid over meerdere afdelingen gaan de Jonge Democraten de komende tijd coffeeshops testen. Het doel van de actie is om aandacht te creëren voor het initiatiefwetsvoorstel van Kamerlid Vera Bergkamp om de teelt van softdrugs te legaliseren en reguleren. 

Coffeeshops worden getest op verschillende criteria, zoals vriendelijkheid en kennis en kunde van het personeel, de locatie en de sfeer in de coffeeshop. Afdelingen zijn zelf vrij om te bepalen of ze zelf ook producten van de coffeeshops testen. Alle deelnemende afdelingen roepen na afloop een winnaar uit.

Er is helaas weinig zicht op hoe producten zijn geteeld. Daarom vinden de Jonge Democraten dat er snel over moet worden gegaan op regulering. Zo weet je wat er in je product zit. Ook zou legalisering voor meer veiligheid zorgen omdat een groot deel van de woningbranden in Nederland wordt veroorzaakt door slecht opgezette kwekerijen. Het is tijd voor een realistisch softdrugsbeleid dat de volksgezondheid voorop stelt!

Ook meedoen met de Nationale Coffeeshoptest? Neem contact op met je afdeling!





Thomas Wielders - Pragmatische idealist

De DEMO ontmoet Thomas op de Grote Markt in Den Haag op een steenworp afstand van de landelijke uitvalsbasis van de Jonge Democraten. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt vragen we de in de september in het bestuur verkozen Thomas naar zijn ervaringen bij de JD, zijn motivatie om het Landelijk Bestuur in te gaan en de ambities die hij komend jaar als Algemeen Secretaris waar wil maken.

“Ik kan me niet meer heel goed herinneren hoe ik bij de JD kwam”, lacht Thomas als hij ernaar gevraagd wordt. “Toen ik 18 werd mocht ik voor het eerst stemmen en toen wilde ik lid worden van een politieke partij. Dat voelt als extra stemrecht, want dan kun je intern ook invloed uitoefenen. De JD kwam er in eerste instantie gratis bij. Nadat ik een paar activiteiten had bezocht ben ik definitief aangehaakt. In zo’n kleine afdeling rol je vervolgens al snel in het bestuur. Ik ben Secretaris Politiek, Penningmeester en uiteindelijk Voorzitter geweest.” Gevraagd naar welke functie hij het leukste vond, hoeft Thomas niet lang na te denken. “Voorzitter, met afstand! Ik vond het aansturen van een team erg leuk en het is zo’n centrale en soms stressvolle functie! Bovendien heb ik er veel van geleerd, zoals netwerken. Je leert veel mensen kennen en dat vond ik er erg leuk aan!”

De keuze voor D66 was gezien Thomas’ achtergrond echter niet echt vanzelfsprekend. “Ik kom uit een echt GroenLinks-gezin, maar ik vond ze vooral economisch gezien eigenlijk een beetje te naïef. Toen ik me meer ging inlezen, ben ik toch iets meer naar rechts opgeschoven. Bovendien sprak het pro-Europageluid van D66 me erg aan. Toen waren dit voor mij ook de meest belangrijke onderwerpen, maar tegenwoordig vind ik vooral integratie en diversiteit erg belangrijk. Bovendien,” vervolgt Thomas stellig, “vind eigenlijk dat we het ‘Kroonjuweel 2.0’ van een Federaal Europa een beetje moeten loslaten. Als je realistisch bent, weet je dat het er niet gaat komen. Dan moet je er ook niet teveel op inzetten.”

“Ik denk dat ik tegenwoordig iets idealistischer ben” vervolgt Thomas glimlachend. “Ik vind tolerantie en diversiteit erg belangrijk en heb veel belangstelling voor buitenlandbeleid. Ik ben niet echt een interventionist op dat vlak, je moet niet blind bommen op alles gooien.” Dit idealisme werd mede gevoed door reizen door Turkije en Iran. “Je komt er daar achter dat zij ‘ook gewoon maar mensen’ zijn. Dan moet je ze ook als mensen behandelen. In de politiek zijn er misschien te veel ego’s met geldingsdrang die zichzelf met harde woorden willen tonen en daarom die landen willen aanpakken. Maar het is echt geen zwart gat met allemaal drama en ellende daar. Veel mensen die daar wonen zijn helemaal niet met die geopolitiek bezig en zijn gewoon beschaafd en ontwikkeld. Ze rijden echt niet met paard en wagen, zoals wij soms denken. Ze maken zich druk om dezelfde dingen als jij en ik. Ik zou willen dat meer mensen dat zien,” besluit Thomas resoluut.

Toch ziet Thomas hier ook het positieve in van de grote profileringsdrang van veel politici (in spé). “Het kan ook betekenen dat mensen hard voor hun idealen gaan. Zelf heb ik deze geldingsdrang tegenwoordig overigens wat minder. Natuurlijk is het leuk om je stempel te drukken op de wereld, maar dat kan ook op kleiner vlak.” Naar aanleiding van de opmerking dat Thomas -zoals het een D66’er betaamt- een echte pragmaticus is, antwoordt hij lachend: ”Ik denk dat mijn geest wat dat betreft nog in ontwikkeling is, ik schommel nog tussen pragmaticus en idealist in. Ik merk dat de laatste op dit moment wel aan de winnende hand is. Ik heb namelijk vooral grote bewondering voor mensen die hard ergens voor gaan en het nog bereiken ook!”

Na deze zijsprong naar de geopolitiek en groots idealisme, gaat het gesprek weer terug naar de relatief kleine organisatie die we als JD toch zijn. Ik vraag Thomas waarom de JD hem juist meer aantrok dan D66, via waar hij binnenkwam. “Ik denk dat je in je studententijd toch een clubje zoekt om bij te horen. Dit was gewoon ‘mijn clubje’. In eerste instantie kwam ik puur voor de activiteiten, vervolgens trokken de discussies me en uiteindelijk bleef ik voor de sociale contacten. Zoals het altijd gaat,” zegt hij glimlachend. “Het besturen vond ik ook wel echt leuk. Ik heb namelijk graag iets te doen. Bovendien is de JD echt zó belangrijk voor je persoonlijke ontwikkeling, dat maakt dit het allemaal waard!”

Thomas hoopt komend jaar ook van zijn LB-functie veel te leren. Maar wat zijn eigenlijk zijn speerpunten? “Ik vind het nog moeilijk te zeggen, want ik ben nog veel aan het leren! ICT en communicatie zijn belangrijke punten. Ik hoop uiteraard ook wat meer idealisme in de vereniging te brengen” glimlacht hij. “De hele JD bestaat ook gewoon uit idealisten! We moeten niet teveel vertellen wát we doen, maar waarom we het doen. We willen allemaal de wereld verbeteren en dat moeten we ook uitdragen.”

Thomas zal dit proberen vanuit de functie vanuit Algemeen Secretaris. Wat dreef hem om deze functie uit te oefenen, ondanks dat hij geen ervaring had in deze functie op afdelingsniveau? “Die vraag stellen wel meer mensen,” lacht hij. “Ik ben er eigenlijk gewoon ingerold toen iemand nodig bleek te zijn. Bovendien ben ik fractiesecretaris bij D66 Sittard, dan typ je ook wel veel! En de AS is gewoon belangrijk. Probeer bijvoorbeeld eens een congres te organiseren zonder AS. Ik denk dat dat wel lastig wordt. Ik vind het leuk om zo’n centrale functie te hebben.” Spijt van zijn kandidaatstelling heeft Thomas dan ook nog steeds nog niet. “Het is een leuk team en ik vind het superleuk om alle afdelingen te bezoeken. Bij veel ben ik ook al geweest. Je komt op plekken waar je normaal niet komt en je leert veel leuke mensen kennen.” Staat, dit gezegd hebbende, er dan nog een plek op zijn verlanglijstje? “Het Torentje zou echt heel leuk zijn, maar ik denk dat dat wel lastig wordt,” besluit hij lachend.

Op dit moment staat de studie even op een laag pitje. “Ik heb net mijn Bachelor European Studies afgerond, de Master volgt na mijn JD-tijd wel. Ik wil me daar nu vol op focussen.” Blijft er dan ook nog vrije tijd over voor hobby’s? “Het is net hoe je ‘vrije tijd’ definieert. De JD is gewoon een grote hobby geworden. Ik vind dit gewoon heel leuk om te doen,” vervolgt hij glimlachend. “Ik heb wel veel dingen gedaan als kind, maar vaak gingen die dingen me wel snel vervelen. De JD verveelt me na al die jaren nog steeds niet en ik denk dat ik als AS wel genoeg verschillende dingen te doen heb om die verveling tegen te gaan.”

Komend jaar mag Thomas zichzelf dus volop inzetten voor zijn uit de hand gelopen hobby. Wanneer zal hij tevreden terug kunnen kijken op zijn bestuursjaar? “Het klinkt simplistisch, maar ik ben tevreden als andere mensen tevreden zijn. Als AS merk je het vooral als je dingen fout doet. Ik zou het leuk vinden als de website afkomt en dat ga ik ook proberen.” En wat wil Thomas als team bereiken? “Ik hoop vooral dat de sfeer in het team zo blijft zoals die nu is, en ik weet dat we ons daar allemaal voor inzetten.”

Eric Stok - Basketballende HR-neuroot

De DEMO spreekt af met Eric in de kantine van zijn faculteitsgebouw in Groningen, voor Eric al bijna een tweede huiskamer. Terwijl de zon langzaamaan onder gaat en het steeds donkerder wordt buiten praten we met Eric over zijn jongere jaren, hoe hij het landelijk bestuur inrolde en de grootse plannen die hij waar wil maken komend jaar.

Afwachtend staren de bruine kijkers tot de eerste vraag gesteld wordt, hoe was kleine Eric - hij heeft nu een respectabele lengte van twee meter negen -  tijdens zijn jongere jaren? Eric vertelt dat zijn middelbare schooltijd toch vooral in het teken stond van commissies en het organiseren van evenementen. Het schoolwerk zelf kwam allemaal vanzelf wel, tot hij begon aan zijn studie Nederlands. Vanaf dat moment ging het allemaal wat moeizamer, maar dit zorgde bij Eric niet voor rust naast de studie. Hij is twaalf jaar basketbalscheidsrechter geweest en zat op het eind net op het landelijk niveau. Daarnaast heeft hij drie jaar bestuur gedaan bij de basketbalvereniging, en is sinds 2013 ook actief bij de JD.

In 2009 werd Eric lid van de Jonge Democraten, door middel van het bekende combi-lidmaatschap. Het was tijdens de Europese verkiezingen dat deze democraat de moederpartij D66 wilde steunen, maar pas vier jaar later werd hij actief bij de JD. In 2013 is Eric naar Groningen verhuisd op een zondag, en de dinsdag erop zat hij bij zijn eerste JD-activiteit, de congressimulatie. Een sterke binnenkomer, maar zeker niet vervelend voor Eric. Hij vertelt dat hij juist geniet van de organisatorische evenementen en dat hij deze activiteiten dan ook voor geen goud mist. Niet gek als oud-congresvoorzitter. Vanaf  die eerste activiteit tot het einde van zijn periode in het afdelingsbestuur heeft deze HR-neuroot dan ook maar twee activiteiten gemist. Eén wegens een vergadering, en de ander wegens een bruiloft in Amerika. Wel een beetje jammer dit, Eric.

 

“Ik ga niet zeggen dat je het moet doen, maar je moet het doen”

 

Toen hij in 2013 het bestuur van Stefan de Koning verkozen zag worden wist hij gelijk al dat er een dag zou komen dat hij bestuur zou gaan doen. Begin dit jaar bij het openen van de vacatures keek hij weer vol liefde en lust naar de functies Scholing en Vorming en Politiek. Prachtfuncties volgens hem, maar wegens het aanbreken van zijn master dacht Eric er geen tijd voor te hebben. Zodra de geruchtenmachine overuren begon te draaien en men via de wandelgangen te horen kreeg wie zich voor welke functie zou hebben aangemeld, kreeg Eric last van een kriebel, een soort onderbuikgevoel, de bekende LB-jeuk. In april heeft de huidige voorzitter Wouter hem gevraagd of Eric niet ook bestuur wil gaan doen. Helaas heeft Eric dit meerdere malen (ja, want die Wouter is een bijtertje) moeten afwijzen. Gelijk nadat het huidige bestuur werd verkozen, en er geen Algemeen Secretaris of Secretaris Politiek bleek te zijn, kreeg Ingrid van Rijt, lid van de oriëntatiecommissie, een belletje van niemand minder dan Eric Stok. Een uur lang hebben de twee gebeld over de functie en nadat ze zijn twijfels zo goed mogelijk heeft weggespeeld zei ze dan ook “Ik ga niet zeggen dat je het moet doen, maar je moet het doen”. Zeker wist Eric het niet, en dus belde hij ook nog even met Bart Vosmer. Later hoorde Eric dat Bart gelijk na het telefoontje in de bestuurs-WhatsApp zei “Ik heb net met Eric gesproken, en die gaat het wel doen hoor”. Nou Bart, je had gelijk!

 

Een congres zonder drama is geen congres

 

Eric’s standpunten zijn grotendeels in overeenstemming met de tachtig pagina’s visie die we al klaar hebben liggen, grote nieuwe hervormingsideeën voor de verkiezingen hoeven we dus niet te vrezen. Hij ziet zichzelf eerder als iemand die op de winkel zal passen, dan dat hij met wilde ideeën zal komen. Organisatorisch gezien zijn er wel een aantal verbeterpunten, noemt hij. Zo behandelen we op congressen lange resoluties en laten we veel moties liggen. Vooral op het zomercongres zou het veel tijd schelen als we kijken naar het aantal regels in plaats van het aantal resoluties. Het indienen van deelresoluties zou hier ook een oplossing voor kunnen zijn. Dan zouden we ook wat meer tijd hebben voor het verkiezingsblok, zodat het niet al te veel uitloopt. Het hoeft allemaal niet zo heel strak in de planning, het blijft natuurlijk altijd leuk als de boel een beetje escaleert. Een congres zonder drama is namelijk geen congres.

Drama is in kleine hoeveelheden wel leuk ja, maar wat vindt het nieuwe bestuurslid politiek van de kritiek binnen de JD naar elkaar en naar het Landelijk Bestuur toe? Eric merkt op dat er buiten de congressen om veel kritiek is naar het LB, maar dat het op het congres zelf erg stil is. Zoals met de flyers op het afgelopen zomeroffensief. Daar was veel kritiek op, maar tijdens het congres had niemand het er over, terwijl dat juist de momenten zijn om het bestuur ter verantwoording te roepen. Zo zou het bestuur dan in het openbaar, ten overstaan van de leden, de kritiek ten harte kunnen nemen. In WhatsAppgroepen kritiek uiten naar het bestuur lucht dan wel op, maar zo kan er niet aan gewerkt worden. Buiten de congressen mag het soms dus wel wat rustiger, maar tijdens het congres mag het dan weer wat kritischer.

Kritisch tegenover D66 vindt Eric ook prima, zolang het maar zin heeft. Het is voor de JD altijd leuk om in de pers te komen, en we weten allemaal dat dat makkelijk lukt wanneer we tegen de moederpartij aan schoppen. Maar als we een persbericht uitsturen met een politiek inhoudelijke boodschap en als laatste zin een sneer naar D66, dan pikken de kranten alleen het laatste stuk op. Dan is het zonde dat de rest weg valt.

Tot slot vertelt Eric het mooiste staaltje regelneukerij binnen de JD volgens hem, de huisvestingsdiscussie in Utrecht in 2015. Daar was uiteindelijk geen meerderheid voor een eigen kantoorpand, maar om tot dat besluit te komen moest de procedure wel twee keer doorlopen worden. De procedure moest helemaal opnieuw omdat iemand de eerste keer blanco had gestemd en de stemming daarom ongeldig werd verklaard. Via een motie van orde werd besloten om tot een nieuwe stemming over te gaan, waarop een nieuwe motie van orde volgde: niet alleen de stemming moest over, maar de hele behandeling. Een deel van de stemmers was immers later binnengekomen en die moesten wel goed geïnformeerd kunnen stemmen. Dit kost je een uurtje of 2, maar dan heb je ook wat!

 

Interview met Hans Wiegel

Hans Wiegel: ‘Groot voorstander van een regering samen met D66’

Als beginnend politicus en later als ervaren bestuurder maakte VVD-coryfee Hans Wiegel D66 vanaf het allereerste begin mee. Bijna 50 jaar later maakt de voormalig vicepremier ‘met veel plezier’ tijd vrij voor een uitgebreide terugblik op de jubilerende Democraten in Hotel l’Europe te Amsterdam. “Dat D66 na 50 jaar nog bestaat is een prestatie van jewelste.”

Interview: Julian Lambermon & Timothy Langstraat

Het valt ons op dat D66 begon als een rebels clubje, maar intussen een nette mensenclub is geworden. Establishment. Hoe kijkt u aan tegen het begin van de partij? Wat voor mensen waren dat? Hoe ontwikkelde dat zich?

De partij is van start gegaan vanuit het feit dat Hans Gruijters (een van de oprichters) – voormalig raadslid voor VVD in Amsterdam – weigerde om naar het huwelijk van Beatrix te gaan. “Ik heb wel wat beters te doen!” zei hij resoluut. Dat leidde tot een stortvloed aan kritiek. Ik was er tegen dat ze Gruijters uit de partij zouden gooien, maar uiteindelijk is dat toch gebeurd. Hij werkte bij het Handelsblad waar van Mierlo ook werkte. Zij vonden samen dat er iets moest gebeuren in het land, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van D66. Ze hebben een pracht van een campagne gedraaid, met dat filmpje van Van Mierlo. Die bronzen stem. Dat maakte echt indruk. Ze kwamen ineens met zeven zetels in de Tweede Kamer, net toen ik mijn entree maakte. Ik heb D66 dus vanaf het begin gezien.

Wat vond u van Van Mierlo als politicus?

Een vreemdeling. Daar was hij het nog mee eens ook. Hij hoorde absoluut niet bij de politiek. Het was zijn vak niet. Ik ben wel een Pietje Politiek, net als Hans Gruijters dat was.

Wat dacht u van die club nieuwelingen? Wat typeerde die partij?

Het was een redelijke partij en is dat nog altijd. Dat ze zichzelf zouden opblazen nadat ze hun werk gedaan hadden is onzin. Politici zijn geen zelfmoordenaars. Het was een groepje vol idealen. Het was echt iets nieuws.

De hele Kamer was zeer geïnteresseerd, zeker in het eerste verhaal van Van Mierlo. Een gekozen dit, gekozen dat, staatkundige vernieuwing. Dat was het kernpunt, natuurlijk. Dat bracht hij ook heel goed. Verder was ik toch vooral een gewoon jongetje, dus veel contact met de D66-top (en ook met van Mierlo) heb ik in die tijd nooit zo gehad. D66 werd natuurlijk wel beschouwd als potentieel gevaar voor de VVD.

Vervolgens heeft D66 natuurlijk flinke pieken en dalen gekend. Ik heb het er laatst nog met Pechtold over gehad: hij begon met drie zetels in de Kamer. Drie! Mede daaruit kun je zeggen dat D66 niet echt een stabiele kiezersaanhang heeft. Voor een aantal partijen is dat nu hetzelfde want de kiezer is überhaupt niet zo stabiel meer. Maar dit is natuurlijk wel een van de zwakkere posities van de partij. Als je kijkt naar het type kiezer: dat zijn meestal mensen die erg onafhankelijk zijn en zichzelf er intellectueel vinden, maar ze vormen niet echt een gedeelde laag uit de samenleving.

Maar dat is natuurlijk wel wat Van Mierlo beaamd heeft: om de individuele kiezer aan te spreken.

Dat is op zich prima, alleen je maakt je daardoor extra kwetsbaar ten opzichte van een partij die geworteld is in de maatschappij.

De DEMO heeft van mede-oprichter Erwin Nypels begrepen dat er binnen de JOVD een flinke groep was die pro-D66 was, maar bij de VVD geen voet aan de grond kregen. Wat vond u van de JOVD-stroming die later uitmondde in D66?

Voordat D66 er was, was er van die stroming weinig te merken. De JOVD was van zichzelf ook erg eigenzinnig en zette zich af en toe ook lekker af tegen de VVD, waaronder ik. Het is wat manifester geworden toen D66 werd opgericht, en toen een aantal JOVD’ers richting D66 zijn gegaan.

Een van de ideeën (kroonjuwelen) van D66 richt zich op het correctief referendum, u welbekend. Terugkijkend op de Nacht van Wiegel – met het Oekrainereferendum in het achterhoofd – staat u dan nog steeds achter uw beslissing om tegen te stemmen?

Absoluut. Tuurlijk. Kijk, in het verkiezingsprogramma van de VVD stond dat wij tegen het correctief referendum waren. Toen heb ik namens de hele fractie het woord gevoerd. De hele VVD-fractie van de EK heeft in eerste aanleg ook tegengestemd.

Toen, omdat de VVD regeerde met D66 en de PvdA, zijn de VVD-ministers omgegaan en begon de VVD-top ons onder druk te zetten. Ik zag in mijn fractie de een na de ander omvallen, en heb toen tegen mijn fractievoorzitter gezegd: wat er ook gebeurd, ik stem tegen. Het verkiezingsprogramma steunt mij. Ik doe het niet.

 

“Ik ben in mijn leven nog nooit geweken voor dreigementen”

 

Het was een controversiële tegenstem.

Hoezo? Ik blijf altijd bij mijn standpunt. Daarnaast: ik had mijn fractievoorzitter van tevoren ingelicht. Het was voor hem geen verrassing. Ik ben in mijn leven nog nooit geweken voor dreigementen. Men had van tevoren al kunnen weten dat ik tegen zou stemmen. Ik laat me toch niet door een ander vertellen wat ik moet doen?

Die avond bewees de Eerste Kamer op momenten een echt politiek instrument te zijn. Zou de Eerste Kamer niet enkel een toetsend orgaan moeten zijn?

Niet alleen, vind ik. Er is één verschil tussen de Eerste en Tweede Kamer, namelijk dat de Tweede Kamer het recht heeft op amendementen. Voor de rest heeft de Eerste Kamer alle bevoegdheden van de Tweede Kamer.

Zijn de Kamers niet een beetje dubbelop, in dat geval?

In dat geval zou je ook de Tweede Kamer kunnen afschaffen en de Eerste Kamer behouden. De Eerste Kamer van nu is eigenlijk de Tweede Kamer van vroeger. Destijds zaten er mensen in de Tweede Kamer die dat werk deden naast hun baan. Daar verdienden ze dan 20.000 gulden per jaar mee. Het was voor de meesten een parttimefunctie in die tijd.

Heeft de Eerste Kamer echt een functie, of zouden we ook zonder kunnen?

Alles kan!

Als D66 zegt: we zouden de Eerste Kamer willen afschaffen, en de wetten door rechters aan de grondwet laten toetsen. Wat zegt u dan?

Dan zeg ik: dat is een gek idee. Zo’n wetgeving om de Eerste Kamer af te schaffen zal nooit in het staatsblad komen. Natuurlijk stemmen die mensen daar niet met tweederde meerderheid voor. Iedereen mag allemaal ideeën hebben, maar het is irreëel. Ik denk dat het een goede zaak is dat er nog eens een tweede keer goed naar de waan van de dag gekeken wordt.

 

“Het ontbreekt in de Tweede Kamer aan politiek spel”

 

In hoeverre denkt u dat het een redelijk voorstel is om de EK af te schaffen?

Ik ben er tegen. Ik hoef geen gelijk te hebben, maar ik zeg: niet aan beginnen. Ik heb zelf heel kort in de EK gezeten. Daar luistert men echt naar elkaar. Het is een voorbeeld van hoe de TK zou moeten zijn. Alleen al het feit dat de Tweede Kamerleden nu fulltime met dat werk bezig zijn. Dan doe je iets niet goed.

Het ontbreekt in de Tweede Kamer aan politiek spel. Politiek spel is vakwerk. Ik vind het vaak maar een beetje suf. Dat foeilelijke Kamergebouw waar ze met z’n allen achter dat houtje praten alsof ze achter een urinoir staan. En dat vragenuurtje: het gaat toch vaak nergens over? Dan wordt er van zo’n briefje voorgelezen over een hond die in Staphorst is weggelopen en wat de regering daaraan denkt te doen.

Wat is voor u de charme van D66?

Ze hebben natuurlijk – en dat is prachtig – in een aantal provincies en gemeenten bestuurders geleverd. Ze regeren echt. Ze zijn dichter bij het centrum van de macht gekomen dan al die jaren daarvoor.

En inhoudelijk?

Dat ze geen hele rare ideeën hebben.

Dus de charme is de redelijkheid?

Ja, dat is het eigenlijk wel. Daar zijn ook talloze bestuurders van D66 van te noemen die dat belichamen. Het zijn veel redelijke mensen! En aardiger geworden tegen de VVD dan in het begin.

Sterker nog, ik ben er groot voorstander van dat dit D66 samen met VVD en CDA gaat regeren, met misschien een vierde partij erbij. Slechts één keer heeft D66 samen met het CDA en de VVD geregeerd, in het tweede kabinet-Balkenende. De voorgangers, van Mierlo en Terlouw, wilden absoluut niet met de VVD in een kabinet.

Wij vrezen voor het moment dat Pechtold minister wordt. Er staat niemand klaar om een nieuwe koers uit te zetten.

Ach! Er zijn zoveel jonge gasten. Hoe heten die lange slanke kerels? Sjoerdsma? Verhoeven? Die zouden dat toch zo kunnen? Ik zou me niet zo druk maken.

Toch vraagt men zich af waar de partij zich heen beweegt. Wat voor partij waren we? Wat wilden we zijn? Wat zijn we nu en waar gaan we heen?

Dat begrijp ik. Kijk, toen jullie begonnen ging het natuurlijk vooral om die staatsrechtelijke veranderingen. Meer dan welke partij dan ook. Dat kun je inmiddels wel vergeten. Vervolgens zijn ze zich meer gaan begeven naar het milieu, kwalitatief goed onderwijs, innovatie. Dat zijn heel herkenbare onderwerpen.

D66 heeft alleen totaal geen ideologische herkenbaarheid.

Tja, maar dat wilde jullie zelf niet. Pragmatisch moest het zijn. De VVD was vroeger ook al heel pragmatisch. Waar D66 zich door onderscheidt? Daar kan ik u echt niet mee helpen. Al moet ik wel toegeven dat het altijd fantastisch was om in zalen te kunnen roepen: ‘waar staat die club nou eigenlijk voor?!’

 

Wouter van Erkel - De Oprechte Radicaal

 

 

Twee maanden geleden vond er op het congres in Alkmaar een heftige strijd plaats tussen de twee mogelijke voorzitters. Lange tijd was onduidelijk wie er zou winnen – beide kandidaten waren erg sterk, maar ook heel anders. Dat het een moeilijke keuze was bleek uit de cijfers: Wouter van Erkel won met maar een paar stemmen verschil.

Het is een warme zomerdag wanneer de DEMO gaat zitten met de nieuwe voorzitter van de Jonge Democraten, Wouter van Erkel. Het immer-verhitte Landelijk Bureau wordt verruild voor een koeler terrasje, en al gauw bevinden we ons in het hartje van Den Haag. “Zo kan ik nog wat bijkleuren,” zegt hij lachend. Ondanks een avontuur in Singapore is hij niet veel bruiner dan op het zomercongres.

De afgelopen twee maanden heeft de Groninger met een unieke situatie zijn nieuwe bestuur geleid. Bijna direct na het congres vertrok hij naar Singapore voor twee maanden voor een internship, 12.000 kilometer verwijderd en met 6 uur tijdsverschil van het nieuwe LB. Hij zou pas een week voor het Septembercongres terugkomen, waar hij een beleidsplan en een verenigd bestuur moest presenteren.

Hoe verliep het formeren vanuit Singapore? Leverde het geen problemen op dat je niet aan een tafel kon zitten met je nieuwe bestuursgenoten?

“Het was niet zo’n groot probleem, we hebben het voornamelijk met digitaal overleg kunnen doen. Je belt met WhatsApp, of Skype, en voor mijn gevoel ging het heel soepel. Ik heb veel contact gehad met Elene vooral, maar ik heb met alle bestuursleden om tafel gezeten om de lijn te bepalen, en iedereen wist zijn of haar onderwerp de invulling te geven die noodzakelijk was.” Van een bestuursweekend was het dus ook nog niet gekomen. “Dat is niet zo erg. Dat doen we dus met de twee nieuwe bestuursleden die op het Septembercongres mogelijk worden verkozen.”

Dat Wouter van een nood een deugd maakt is direct duidelijk. “We hebben het beleidsplan ook expres opengehouden met het zicht op de twee nieuwe bestuursleden. Daarin zijn wel belangrijke thema’s aangekaart, maar in het eerste bestuursweekend gaan we daar verder over discussieren.” Veel van de teambuilding activiteiten zijn ook met het oog op de nieuwe bestuursleden uitgesteld. “Het is belangrijk om vanaf de start dat teamgevoel op te bouwen, en ook dingen te doen naast het bestuur.”

Mensen moeten zichzelf kunnen zijn

Deze aandacht voor het individu is een terugkerend motief in de politieke blik van Wouter. “Mijn politieke drive is echt geweest die individuele vrijheid om te zijn wie je bent. Ik ben in het buitenland geweest, en daar zag je dan zo’n hele demonstratie tegen homoseksuele gezinnen, en dat haalde dan het bloed onder mijn nagels vandaan omdat ik dat niet kan begrijpen. Ik wil ervoor zorgen dat mensen zichzelf kunnen zijn.”

Dat Wouter een echte liberaal blijkt te zijn kwam ook als verrassing voor veel mensen na het congres. “Tijdens dat congres zag ik allerlei appjes voorbijkomen dat ik een ‘Linkse Gutenmensch’ was. Ik moest erom lachen, want zo kent Groningen mij totaal niet.” Zelfs zijn standpunt over het klimaat komt volgens de nieuwe voorzitter niet vanuit links. “Ik vind gewoon dat iedereen na ons nog steeds het leven moet kunnen leiden zoals wij dat doen. Daar zit dus weer die individuele vrijheid in die ik belangrijk vind, en die een belangrijke leidraad is in mijn politieke denken.”

Het liberale gedachtengoed begon vroeg, toen Wouter 17 was. Hij zat in zijn examenjaar en er werden dat jaar verkiezingen georganiseerd. Hij meldde zich aan via YoungWorks voor een project dat verslag deed van de verkiezingen voor politiek geengageerde jongeren. De vonk sloeg direct over. “We mochten vragen stellen aan politici en langskomen op de redactie van de NOS, en we kwamen af en toe in het nieuws. Je kreeg dat romantische gevoel van ‘hier gebeurt het’, hier lopen de helden van het land rond. Ondertussen is dat gevoel wat afgezwakt, maar het is er nog wel. Je doet het op een podium waar de dialoog het wapen is.”

Vanuit huis werd de politiek niet bepaald aangemoedigd. “Ik kom totaal niet uit een politiek nest. Ze vinden het leuk dat ik het doe, maar als ik thuis kom word er niet gesproken over politiek.” In plaats daarvan stimuleerde zijn ouders hem om bezig te blijven, al vanaf een jonge leeftijd. “Op m’n 14e had ik al een krantenwijk, ook al mocht het niet, via m’n zus. M’n moeder wilde dat heel erg. En het maakte niet uit wat ik deed, zolang ik maar bezig bleef.

Je moest continu een idee hebben van wat je ging doen, en dat is erin gebleven. Ik kan niet stil zitten.”

“Als je maar goed bezig bent, ben je een waardevol gezinslid.”

Zijn start bij de politieke jongerenorganisaties had Wouter een jaar later – maar niet bij de JD. “Toen ik 18 was, was ik een jaar lid van de JovD. Ik ben daar terecht gekomen omdat mijn eerste vriendinnetje de boel daar heeft opgezet. Uiteindelijk, nadat ik naar Groningen was verhuisd, vond ik de organisatie niks, en hun begrip van liberalisme bleek totaal niet overeen te komen met wat ik had voorgesteld. Ik ben daar weggegaan, en via een collega in de horeca kwam ik bij de JD terecht. Daar kreeg ik een warm onthaal, en werd ik een beetje verliefd op de vereniging.”

Een van de mooiste aspecten van de vereniging vindt Wouter de mensen. “Het is altijd een diverse groep van persoonlijkheden die een bestuursteam vormen. Daardoor heb je ook dat de zwaktes van jezelf worden aangevuld door de sterktes van anderen.” Ook over zijn huidige bestuur is hij lovend. “Er is veel humor, en het klikt goed tussen de verschillende bestuursleden.” 

In Groningen heeft hij ook veel ervaring opgedaan met de lokale politiek. Groot fan was hij van de ludieke acties waarmee hij vaak de aandacht trok. Zo had hij voor het zomeroffensief een Albert Heijn moestuintje nagemaakt, waar een 2 meter 10 hoge reclamebord met een hennepplant bij stond. Maar hij heeft ook succes geboekt met niet-ludieke acties. 

Zo herinnert Wouter een van zijn eerste acties, tegen een oud zeer in het dorp waar hij opgroeide. “Ik kom uit een klein dorpje, waar politiek echt wordt gezien als een vies woord. Op een moment voerden we bij de JD campagne tegen een te smal fietspad in Groningen. Die campagne werd opgepakt door de universiteitskrant, en vanaf daar kreeg de gemeenteraad het te horen. Uiteindelijk voelde die zich aangevallen en ondernam actie. Vrienden uit het thuisdorp  waren positief omdat ze concrete resultaten zagen van de acties. Politiek kwam voor hun dichterbij”

Maak de Jonge Democraten weer het experimentenlab voor D66

Dit jaar zullen ook de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaatsvinden. Wouter ziet hier een mogelijkheden voor samenwerking met D66, maar vindt vooral belangrijk dat de JD onafhankelijk blijft. “Het radicale randje is er een beetje af bij D66. Dat mis ik wel, en ik denk dat veel jongeren dat ook missen. Dat radicale is wat D66 maakt – anders zijn we zometeen niks anders dan een CDA+.”

Het radicale is wel wat nodig is volgens de nieuwe voorzitter. Hij vindt dat Nederland vaak een voorsprong neemt op belangrijke onderwerpen, om die in de jaren daarna te laten liggen. D66 speelt daar vaak ook een rol in – ze spelen het volgens hem op safe om een plek in het kabinet te garanderen.

“Als D66 wat voorzichtiger wordt dan is het aan de JD om radicaler te zijn, om de dingen te zeggen die ze bij de grote partij niet durven te zeggen. Maak de Jonge Democraten weer het experimentenlab voor D66. Om te laten zien dat een politiek standpunt op een radicaal iets wel degelijk werkt.”

 

JD Blog

Voordracht Congresvoorzitters en Stem- en Notulencommissie

Aan het begin van ieder congres doet het Landelijk Bestuur een voorstel voor de benoeming van Congresvoorzitters en de Stem- en Notulencommissie. Voor ALV76 zal het Landelijk Bestuur Silke Slootweg...

Lees meer...

maandag 27 februari 20:00
Zorgen voor Europa? Een Europees zorgstelsel - Utrecht
maandag 27 februari 20:00
Boer zoekt Jonge Democraat (M/V) - Groningen
dinsdag 28 februari 08:25
Excursie NAVO - Rotterdam
dinsdag 28 februari 19:30
Algemene Afdelingsvergadering - Leiden-Haaglanden
dinsdag 28 februari 20:00
Discussieavond: Opoelisme - Amsterdam
woensdag 01 maart 19:30
Jonge Democraten Rotterdam & Jong Leefbaar Rotterdam - Rotterdam
woensdag 01 maart 19:30
Groninger Tweede Kamer Verkiezingsdebat - Groningen
woensdag 01 maart 20:00
Israël-Palestina: filmverslag en simulatie - Landelijk

» Bekijk volledige kalender

Vul hieronder je emailadres in om een link te krijgen waarmee je je aan kunt melden voor de nieuwsbrieven van de Jonge Democraten en waarmee je je abonnementen kunt wijzigen.

» Bekijk eerdere nieuwsbrieven

Twitter

Jonge Democraten Online

FacebookLinkedInTwitterYouTube

© 2017 Jonge Democraten