#

Interview met het nieuwe bestuur: Martin van Montfort

22 Aug 2013

Ons volgend bestuurslid is Martin van Montfort. De 23-jarige Limburger heeft hard gewerkt om de financiën op orde te brengen in zijn provinciale JD-afdeling. Nu komt hij naar het landelijk bestuur met een nieuwe missie. Wat drijft deze economie-student om zich in te zetten voor de Jonge Democraten?

 

 We beginnen met een makkelijk onderwerp: zijn introductie in de Jonge Democraten. “Zo lang ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in politiek en het politieke spel. Toen ik naar de universiteit ging wilde ik mezelf uitspreken, en dat kon dan maar 1 partij zijn: D66. Via het combilidmaatschap kwam ik er achter dat er ook zoiets was als de Jonge Democraten, dat sprak me nog meer aan. Mijn visie komt meer overeen met de JD dan met de volwassen politiek, omdat het progressiever is.” Het is een verhaal dat de meesten van ons zullen herkennen. De impact van de jongerenorganisatie spreekt Martin het meest aan. ‘Bijna alle grote punten die spelen komen eerst van ons uit. Kijk wat er gebeurt met de pensioenen. Dat voorstel gaat vanuit de JD naar de landelijke politiek.’ Het pragmatisme is tekenend voor de jongerenorganisatie volgens Martin. ‘We zijn niet links, niet rechts, maar we kijken wat het beste is voor Nederland,’ analyseert hij.

 "We worden consequent voorgelogen over de bezuinigingen"

 “Wist je,” vertelt hij op  serieuze toon over zijn favoriete onderwerp: economie, “dat we consequent voorgelogen worden over de totale hoogte van de bezuinigingen? Als we daadwerkelijk alle bezuinigingen uitvoeren hebben we opeens een overschot.” Met dit verhaal overrompelt hij zijn interviewer, die dit inderdaad niet wist. Hij gaat verder: “wat ik ook niet kan begrijpen is de IB-groep. De overheid stelt het collegegeld op zo’n niveau vast, dat elke student een basisbeurs nodig heeft. Om dat rondpompen van geld in stand te houden worden mensen in dienst gehouden. Als je die basisbeurs afschaft en het collegegeld met dat bedrag verlaagt heb je netto hetzelfde resultaat, maar je kunt de complete bureaucratie de deur uit gooien.”

 Waar zou hij op willen bezuinigen? Het logische antwoord komt snel: de bureaucratie. “Kijk bijvoorbeeld naar de bezuinigingen in het onderwijs, waar de professoren en studenten de rekening betalen, maar de managementlaag buiten schot blijft. Als in het management de bonussen welig tieren, dan gaat er iets verkeerd. Je moet de bureaucratie aanpakken, en het geld brengen naar de plek waar het hoort. Geld in het onderwijs moet naar de klaslokalen, geld in de zorg naar de patient.”

 Martin is niet van mening dat Nederland zich aan de drieprocentsnorm moet houden. “Overal waar men zegt dat het verkeerd gaat als je boven een bepaalde grens uitkomt klopt niet. Het is nattevingerwerk. Of het nou 3, 3.1 of 2.9 procent is, dat boeit niet. Je moet wel érgens een grens trekken, maar het zijn nooit hele harde grenzen.”

 Vertrouwen is volgens Martin één van de belangrijkste zaken om de Nederlandse situatie weer op de rit te krijgen.  “Vele opeenvolgende kabinetten ondermijnen het consumentenvertrouwen. Minder mensen geven geld uit, terwijl meer mensen hun hand op de knip houden. Dit versterkt de  neerwaartse vicieuze cirkel . Als we on hierop richten, in plaats van op bezuinigen, zou het een stuk beter gaan in Nederland.”

 Met een mond vol over bezuinigingen is het een kleine stap naar zijn visie op de financiën van de Jonge Democraten. Moet er daar ook bezuinigd gaan worden? “Het is binnen de JD geen doel om winst te maken, maar wel een doel om het geld efficiënt te besteden. Dus als je ergens bezuinigt, dan doe je dat alleen maar om geld vrij te krijgen voor andere dingen. Het geld moet terecht komen bij de leden.” Of hij al doelstellingen heeft gesteld met betrekking tot de verenigingsfinanciën ontkent hij. Ook bezuinigen komt niet aan de orde. “Ik denk niet dat er direct posten zijn waarop we kunnen bezuinigen, dat is iets wat in samenspraak met het landelijk bestuur moet worden gedaan. Wel denk ik dat er posten zijn waarbij we efficiënter kunnen zijn, bijvoorbeeld de zaalhuur voor landelijke evenementen, of de accomodatie,” kijkt hij vooruit. Vervolgens herhaalt hij zijn mantra: “Hier geldt ook: alles wat we besparen, komt op een andere manier weer bij de leden terecht.”

 Maar het is niet alleen het financiële beleid dat Martin bezig houdt. Als oud-penningmeester van de JD Limburg kent hij als geen ander de relatie tussen het kader en het landelijk bestuur. De ondersteuning vanuit landelijk is noodzakelijk, stelt Martin. “Het komend jaar vind ik de ondersteuning en training van afdelingen belangrijk. Afgelopen anderhalf jaar zijn we overgegaan naar een nieuw systeem, waarbij de afdelingen veel vrijer zijn met geld. Ik denk dat het belangrijk is om de afdelingen op financiëel gebied te ondersteunen. Hierdoor weten ze beter hoe ze met geld om moeten gaan en blijven we goede en capabele penningmeesters houden,” vertelt Martin.

 Het afgelopen jaar hebben volgens Martin bijna alle politieke partijen grote tekorten gemaakt. ‘Je moet je afvragen of partijen die hun eigen financiën niet op orde kunnen houden, dat wel kunnen op landelijk niveau,’ doceert Martin zijn volwassen collega’s. ‘Wat me het aankomende jaar leuk lijkt, is om een cheque te kunnen presenteren aan het Ministerie van Financiën. Zo van: wij kunnen ons geld wél goed beheren.” Vertelt hij lachend.. Het is duidelijk dat hij niet serieus is. Toch verraadt iets in zijn blik dat hij heel trots zou zijn als het kon. Laten we hopen dat we in de vrolijke Limburger een uitermate capabele penningmeester hebben.

Categorie: Weblog