Blogpost

Een doelgerichte Nederlandse Defensie in een globaliserende, regionaliserende en bovenal complexe wereld

In de beleidsbrief van 8 april 2011[1] kondigde het Ministerie van Defensie een grootschalige implementatie van de bezuinigingen aan, met alle gevolgen van dien voor de organisatie en de positie van Nederland in internationale betrekkingen.

In de beleidsbrief van 8 april 2011[1] kondigde het Ministerie van Defensie een grootschalige implementatie van de bezuinigingen aan, met alle gevolgen van dien voor de organisatie en de positie van Nederland in internationale betrekkingen. De slagkracht, de inzetbaarheid en middelen voor min of meer ‘autonome’ actie van onze krijgsmacht werden aanzienlijk verminderd om het hoofd te bieden aan de pijnlijke gevolgen van de economische crisis. Gelijktijdig dwingt deze situatie ons om meer dan ooit kritisch na te denken over wat er mogelijk is met de krijgsmacht die wij nog hebben, welke richting wij op willen in de ontwikkeling van onze schaarse capaciteiten en welke implicaties dit heeft voor de soevereiniteit van onze staat. In deze blog wil ik ten eerste aangeven welke stappen er genomen zijn en wat de implicaties hiervan zijn voor de inzetbaarheid van Defensie. Daarbuiten wil ik bovenal de vraag opwerpen of ons Defensiemodel nog toekomstbestendig is. Kunnen en moeten wij verder kijken dan ons eigen land om antwoorden te vinden op onze defensievraagstukken? Zo ja, waar en op welke manier?

Aan het antwoord op de vraag over toekomstbestendigheid liggen een aantal fundamentele vraagstukken ten grondslag, over onder meer de geschiktheid van de ‘Westfaalse natiestaat’ om als soevereine macht invloed te hebben op internationale betrekkingen en de noodzaak of wenselijkheid van een volledig militair arsenaal  om die (beperkte) invloed te realiseren. De publieke meningen omtrent de toekomst van Defensie zijn divers. Een volledige autonome capaciteit wordt (gelukkig) zelden als reële optie genoemd. Nederland is geen speler van dergelijk formaat en kan dit realistisch gezien ook niet worden. Bovendien zijn wij in werkelijkheid allang ingebed in diverse internationale samenwerkingsverbanden. Sommigen vinden dat een klein land als Nederland helemaal geen rol kan of zou moeten spelen op militair gebied; dit zou alleen maar veel geld kosten en weinig zoden aan de dijk zetten. Ik ben ervan overtuigd dat er in die mening sprake is van een groot gebrek aan inzicht in het nut en de werkelijke werkzaamheden van Defensie. Een ander veelgehoord punt is het afstoten van krijgsonderdelen of capaciteiten. Dit is een gemakkelijke positie om in te nemen, maar niet zo zwart-wit te implementeren als velen graag zouden willen. Anderen vinden dat een verdergaande integratie van Nederlandse defensiecapaciteiten met buurstaten zoals Duitsland of de Benelux, in de EU, de NAVO of een combinatie van een of meerdere opties nodig is. De realiteit speelt zich ergens in het midden af en gelukkig is het Ministerie van Defensie zich hier terdege van bewust. Er wordt kritisch gekeken naar de nationale, Grondwettelijke, internationale en bondgenootschappelijke verplichtingen, en de capaciteiten die Nederland nodig heeft om in die complexe omgeving een toekomstbestendige bijdrage te kunnen blijven leveren.

 

De bezuinigingen in Defensie in beeld.

De bezuinigingen van Defensie snijden in een op zich al bijzonder efficiënte organisatie. Om een lang verhaal kort te maken liep de begroting van Defensie terug van 8,3 naar 7,7 miljard euro in 2011, wat vertaald in 5% van de Rijksbegroting en 1,4% van ons BNP[2]. Ter vergelijking met een ander potje voor buitenlandse zaken; dit is ruim 2 keer zoveel als wij uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. In 2012 liep het aandeel van Defensie op de Rijksbegroting verder terug naar 2,8%; die is ongeveer 1/10e van wat in de Miljoenennota aan de zorg werd uitgegeven[3]. In 1990 was dit nog 8,6% van de Rijksbegroting en 2,7% van het BNP. De operationele capaciteit werd zoveel mogelijk ontzien in de implementatie van de bezuinigingen, omdat besparingen daar bijzonder kostbaar zijn om terug te draaien. Toch werden de twee  tankbrigades volledig afgestoten. Hierbuiten werd vooral de eigen transportcapaciteit van Defensie hard getroffen, in de vorm van Cougar helikopters, een bevoorradingsschip en grote transportvliegtuigen[4]. Ondanks de bezuinigingen hebben we dus, niettegenstaande een achterstand in strategische en materiële voorraden, een redelijk complete nationale Defensieorganisatie die zowel op zee, land en in de lucht inzetbaar is. De bezuinigingen worden verder voor een groot deel gerealiseerd in de reductie van staven (-30%), uitstel van vernieuwingen en updates, ombuigingen, verbeterde bedrijfsvoering en beheer van materieel en financiën en minder investeringen in Research & Development. Het investeringspercentage is een goede indicatie van de mate waarin een land zich richt op bijbenen op militair technologisch gebied en over de toewijding aan een reële defensiebijdrage aan de internationale veiligheid en rechtsorde. In Nederland zagen we dit percentage teruglopen van ruim 25% in 1990 naar 14,8% in 2012. Vergeleken met snel ontwikkelende militaire machten zoals de VS, India en China leveren wij zowel in absolute als relatieve zin veel in. Samenwerking met een technologisch geavanceerde bondgenoot, zoals bijvoorbeeld de VS, wordt moeilijk als de resterende investeringen niet goed aansluiten bij de bondgenootschappelijke behoeften en capabiliteit. De doelstelling van Defensie om dit investeringspercentage terug te brengen naar ruim 20% na de hervormingen is dan ook terecht.

            Uiteraard zijn er vanuit het Ministerie van Defensie ook speerpunten bepaald om in te blijven investeren.  In 2011 werd de Cyber Security Strategie gepresenteerd, die zich onder meer richt op het beschermen en versterken van operationele netwerken[5] en wapensystemen, het ontwikkelen van een geavanceerde inlichtingencapaciteit en een Defensie Cyber Expertise Centrum dat civiel-militair zal samenwerken met het Nationale Cyber Security Centrum. Ook onbemande en vooralsnog onbewapende luchtsystemen (MALE-UAV) en Network Enabled Capabilities spelen een steeds grotere rol bij Defensie, waardoor informatiedeling en samenwerking met andere (geavanceerde) krijgsmachten wordt bevorderd. Interoperabiliteit en effectieve informatiewinning verhogen bovendien de doelmatigheid van de beperkte inzetbare middelen in internationale operaties. In hetzelfde licht kunnen we de inzet op geïntrigeerde vuursteun en betere capaciteiten tegen ballistische raketten (theater-based ballistic missile defence) zien, waarin door ombuigingen verder geïnvesteerd zal worden.

 

Behoud van capaciteit; maar waarom en waarvoor?

Deze ombuigingen moeten de Nederlandse militaire operationele inzetbaarheid op een breed spectrum aan strijdtonelen op een bepaald peil houden. Niet alleen is dit wenselijk; voor een groot deel hebben wij ons Defensie-instrument grondwettelijk en bondgenootschappelijk verplicht om bepaalde capaciteiten en investeringsniveaus te behouden. Het leger moet in staat zijn ons grondgebied te verdedigen, Nederlandse (militaire) belangen in de wereld te behartigen en een bijdrage te leveren aan de internationale veiligheid en rechtsorde. Binnen de NAVO en in minder concrete mate binnen de EU zijn wij verplicht om een bijdrage te kunnen leveren aan internationale operaties. De grootste vraag is in hoeverre wij hierin een autonome rol willen behouden. Moeten wij op alle tonelen (ter land, ter zee, in de lucht en in het digitale domein) kunnen meedraaien? Moeten wij altijd voor onszelf de beslissing kunnen nemen om ergens een bijdrage aan te leveren?

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) gaf in het rapport Europese Defensiesamenwerking aan dat defensiesamenwerking en soevereiniteit geen tegenpolen zijn, maar handelingsvermogen als een wezenlijk onderdeel van ons soevereiniteitsbegrip moet worden beschouwd. Soevereiniteit mag dus een afweging zijn, maar geen struikelblok. Hoewel dit geweldig klinkt, geeft het bijzonder weinig handvaten voor een concrete invulling van dit adagium. In feite bevindt ons huidige Defensiemodel zich in een inherent dilemma. Het besluit tot operationele inzet, alsmede de verantwoordelijkheid voor toepassing van gewapend geweld en veiligheidsrisico’s van defensiepersoneel, behoren tot de nationale politieke verantwoordelijkheden. Omwille van die veiligheidsrisico’s en het behouden van inzetbaarheid zijn wij eigenlijk gedwongen om alle krijgscommando’s (land, zee en lucht) actief te houden. Bovendien zouden wij door het afstoten van volledige krijgsmachtonderdelen Nederlands handelingsvermogen uit handen geven, wat een directe inperking van onze soevereiniteit zou opleveren. Hieruit zou je kunnen concluderen dat een autonome capaciteit dus wenselijk is. Echter, daadwerkelijk autonoom kunnen opereren wil zeggen dat wij een eigen capaciteit zouden moeten hebben voor een bepaalde schaal operatie(s), met alle ondersteunende middelen zoals logistieke capaciteit, voorraden, airlift capability, intelligence en een krijgsmacht die groot genoeg is om op rotatiebasis een operatie over langere termijn uit te voeren. Daarbuiten is een bankrekening die de rekening dekt ook een vereiste. De enige krijgsmacht ter wereld die echt autonoom kan zijn op elke mogelijke schaal, is die van de Verenigde Staten. Ook die krijgsmacht doet de federale overheidsfinanciën door de knieën buigen door het gewicht van de huidige operaties in Irak en Afghanistan. Bovendien werden die missies natuurlijk niet (volledig) door de V.S. alleen uitgevoerd. Het mag duidelijk zijn dat Nederland in ieder geval geen vergelijkbare capaciteit heeft en dat gezien alleen al het kostenplaatje van onderhoud van een dergelijke krijgsmacht dit onmogelijk betaalbaar gemaakt kan worden. Wij moeten ons handelingsvermogen dus ergens anders in vinden.

Dit handelingsvermogen vinden wij voor een deel in het niet onbelangrijke feit dat de Nederlandse defensieorganisatie in principe de mogelijkheid heeft om op alle tonelen een hoogwaardige bijdrage te leveren. Autonomie in het internationale speelveld zit er niet in; de uitdagingen zijn te groot en afhankelijkheid van samenwerking met anderen zal er altijd zijn. Het dilemma is dus dat wij te klein zijn om echt een zelfstandige militaire rol te spelen in de wereld, maar ondertussen worden wij gedwongen om ‘zelfstandigheid’ in vrij verregaande mate te behouden omwille van de verantwoordelijkheden die komen kijken bij de inzet van gewapende geweldsmiddelen in internationale betrekkingen. De enige manier om die situatie te veranderen is door de politieke verantwoordelijkheid naar een hoger niveau te tillen; bijvoorbeeld het Europese niveau. Dan moet er ook een Europees leger zijn met een Europese (politieke) besluitvorming en een Europese bevelstructuur. Geen enkel land kan in haar eentje dit dilemma ontspringen zonder haar beslissingsbevoegdheid en capaciteiten volledig op te geven. Die mogelijkheid bestaat simpelweg op dit moment niet. Er bestaat heden ten dage geen hogere politieke autoriteit dan de natiestaat die een eigen defensieorganisatie aanstuurt, zoals bijvoorbeeld een autonoom Europees of NAVO-leger of een autonome VN-veiligheidsmacht. Wenselijk als het misschien is, of lijkt, om op te schalen en verantwoordelijkheid voor militaire macht te bundelen, gebruik te maken van zogenaamde ‘economies of scale’ die daaruit zouden vloeien en internationale (militaire) problemen het hoofd te bieden vanuit een gezamenlijk capaciteit die qua schaal veel beter zou aansluiten bij de grootste uitdagingen die de wereld biedt; dit is momenteel geen reële mogelijkheid.

 

Een gepaste plek voor het hedendaagse Nederlandse Defensie.

Nederland is een zeer klein onderdeel, een hoogwaardige schroef die een spaak in het wiel op zijn plek houdt, binnen een complexe, internationale en zeer veranderlijke context, waarin technologische vernieuwingen en nieuwe, vaak onverwachte dreigingen een constante druk uitoefenen op de actoren die zich hierin verantwoordelijk en proactief willen opstellen. De situatie waarin wij nu zitten, met de huidige bezuinigingen, verandert in feite helemaal niks aan het inherente dilemma waarin wij ook voor de kredietcrisis al zaten. De crisis noopt alleen tot nog meer efficiëntie in het behouden en vooral blijven ontwikkelen van slagvaardige capaciteiten die nog beter passen binnen de internationale context waarin wij samenwerken met diverse partners. Maar om die te bereiken zullen we moeten investeren. In plaats van het afstoten van  één of meerdere krijgscommando(‘s), het afschaffen van de krijgsmacht of het stug vasthouden aan een operationele capaciteit die bruintje niet kan trekken moeten wij strategisch verder kijken dan onze neus lang is. Dit betekent waarschijnlijk voor de komende decennia in ieder geval dat wij niet het onmogelijke moeten wensen door de integratie in defensie binnen regio’s (de EU) of bondgenootschappen (de NAVO) te willen versnellen tot een politieke autoriteit die onze nationale verantwoordelijkheid voor geweldsoptreden overneemt. Net als vóór de economische crisis moeten wij kijken naar waar onze operationele interoperabiliteit met andere strijdkrachten (bovenal die van onze directe Europese en/of NAVO-bondgenoten) samenwerking, pooling en gedeelde lasten voor verantwoordelijke internationale actie in de hand speelt. Door op alle tonelen onze verantwoordelijkheid te kunnen nemen, doordat we capaciteiten hebben, en door dit ook te doen, moeten wij politieke goodwill kweken om grotere actoren te kunnen bijsturen, zowel in uit te voeren operaties als investeringen voor de toekomst. Inzetten op sterke samenwerkingsverbanden in Strategic Airlift Capability en andere logistieke capaciteiten voor operaties (zoals transporthelikopters en transportschepen), netwerkmogelijkheden en digitale verdedigingscapaciteit zijn hiervoor zeker in internationale context onmisbaar.

Is ons defensiemodel toekomstbestendig? Zolang wij blijven inzetten op betere beheersing van ons beschikbare materiaal, investeren in technologische ontwikkelingen en betere aansluiting bij onze belangrijkste internationale partners wel. Mijn persoonlijke mening is dat op langere termijn steeds meer op de EU als defensie-actor ingezet moet worden. Momenteel is de samenwerking op Europees niveau in zekere mate gemodelleerd naar een losse versie van de NAVO (qua toezeggingen van capaciteiten en bevelstructuur), waarbij verdergaande integratie van de Europese defensie-industrie een diepte-investering van de EU lijkt te zijn. Wij zijn voor die ontwikkeling erg afhankelijk van anderen, zoals Frankrijk en Groot-Brittannië. Wellicht wordt ooit de politieke mogelijkheid gevonden om Europa als internationale actor te consolideren, met een eigen Europese politieke verantwoordingsstructuur van de juiste soort en autonome Europese capaciteiten. Vooralsnog moeten we roeien met de riemen die we hebben. Het realiseren van de bezuinigingen van Defensie is een verantwoordelijkheid van zowel het Ministerie van Defensie en het Kabinet. De financiële beperkingen mogen er niet toe leiden dat wij als land onze nationale en internationale verantwoordelijkheden niet meer kunnen, of willen, nemen. Uiteindelijk moet het Kabinet samen met de Volksvertegenwoordiging binnen de reële opties en perspectieven beslissen waar onze rode draad qua defensie naar toe moet leiden. Indien wij echter ooit uit het defensiedilemma van hedendaagse natiestaten willen ontsnappen, moeten wij ons terdege bewust zijn dat er dan een behoorlijke kogel door de kerk moet. Aangezien Nederland al meer dan genoeg moeite heeft met beslissen over of we wel of niet met een straaljager gaan vliegen die niet uit 1979 komt lijkt mij dat die veel grotere kogel vooralsnog helemaal nergens doorheen gejaagd gaat worden. Ons huidige defensiemodel is passend voor deze tijd, en met de juiste investeringen kunnen wij dit model passend blijven ontwikkelen door te investeren in de behoeftes van de toekomst. Een economische crisis is wat mij betreft geen reden om een crisis te ontsteken in het bepalen waar wij met het Nederlands defensieapparaat naar toe moeten. We zitten, net als alle andere natiestaten, “stuck between a rock and a hard place”; in hetzelfde dilemma als voorheen.

Guido Beulen (lid Werkgroep Buitenlandse Zaken)



[1] Ministerie van Defensie (8 april 2011) Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld.

[2] Ministerie van Defensie, Hoofddirectie Algemene Beleidszaken (November 2012) Introductiebundel Defensie 2012.

[3] Ministerie van Defensie (2012) Kerngegeven Defensie. Feiten en Cijfers.

[4] Deze besparingen worden gedeeltelijk opgevangen door SAC C-17; een initiatief om transportcapaciteit (zogeheten strategic airlift capability) binnen NAVO-verband te poolen.

[5] Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT).

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to Twitter

JD Blog

Congresvoorzitters en Stem- en Notulencommissie bekend!

Het is inmiddels bekend welke helden ons congres in goede banen gaan leiden! Als Congresvoorzitters gaat het Landelijk Bestuur voordragen: Malu Pasman, Jasper van den Hof, Martin van Montfort en Mi...

Lees meer...

maandag 26 juni 19:00
In gesprek met Pia Dijkstra - Overijssel
maandag 26 juni 20:00
Verkiezings AAV - Utrecht
dinsdag 27 juni 19:30
The IFLRY game - politcs at an international level - Leiden-Haaglanden
woensdag 28 juni 18:00
LedenBBQ - Rotterdam
woensdag 28 juni 20:00
Zomerse teamavond! - Brabant
woensdag 28 juni 20:00
Interesse avond voor het bestuur - Friesland
zaterdag 01 juli 12:00
Model United Nations JD Utrecht - Utrecht
woensdag 05 juli 20:00
VerkiezingsAAV - Friesland

» Bekijk volledige kalender

Vul hieronder je emailadres in om een link te krijgen waarmee je je aan kunt melden voor de nieuwsbrieven van de Jonge Democraten en waarmee je je abonnementen kunt wijzigen.

» Bekijk eerdere nieuwsbrieven

Jonge Democraten Online

FacebookLinkedInTwitterYouTube

© 2017 Jonge Democraten