Blogpost

De waarde van kunst en cultuur en wat de overheid daarmee zou kunnen doen

In juni 2014 heeft portefeuillehouder Kunst, Cultuur & Media Cars de Rooij een studiereis georganiseerd naar kunststad Berlijn, om te onderzoeken hoe het kunst- en cultuurbeleid in Duitsland verschilt van het Nederlandse. In dit verslag deelt hij zijn bevindingen. Veel daarvan zullen ook terugkomen in de resolutie die hij aan het schrijven is voor het Wintercongres van februari in Tilburg.

Het reisprogramma bestond uit een evenwichtig en variërend scala aan excursies, interviews, gesprekken en uitleg. Tijdens het reisprogramma hebben we een aantal onderwerpen naar voren laten komen, waarmee we steeds de doelen; de ervaring van Duitse kijk op kunst, cultuur en media; het onderzoeken van het functioneren van Berlijn als cultuurhoofdstad en het ontdekken van nieuwe visies en ideeën over kunst-, cultuur- en mediabeleid, in de gaten gehouden hebben. Door met deze doelen naar Berlijn af te reizen, probeerden we een andere kijk op de bovengenoemde sectoren te ontdekken. De situatie zoals deze in Berlijn is kunnen we dan meten met het beleid dat we in Nederland voeren en zo kunnen we onze eigen meningen uitdagen en prikkelen, om daarmee tot nieuwe inzichten en eventueel een andere opinie te komen.

Tijdens de reis hebben we met drie verschillende facetten kennisgemaakt. Een directe vergelijking tussen de Nederlandse en Duitse publieke omroep, het vergaren van kennis over de wijze waarop de Duitse politiek zich met de kunst- en cultuursector wel of niet inmengt en het spreken met diegene waarop beleid eventueel invloed heeft. De inhoudelijke programmaonderdelen waren de volgende:

- Bezoek aan Rundfunk Berlin-Brandenburg (RBB), de publieke omroep
- Bezoek aan het Berlijns parlement
- Bezoek aan een Nederlandse kunstenaar in Berlijn
- Stadstour langs verschillende cultureel belangrijke plekken in Berlijn
- Discussieavond met de JuLis en spreker Carl Grouwert bij de FDP

De Duitse publieke omroep
Het bezoek aan de publieke omroep van Berlijn en Brandenburg was erg interessant. Het Duitse bestel bestaat in principe uit twee vaste zenders; Das Erste en ZDF. Das Erste verzorgt nieuws, politiek en informatie, daarnaast zendt Das Erste (ARD) programma’s van de verschillende omroepen uit. ZDF is een combinatie van discussie, cultuur en licht entertainment. Daarnaast financiert de Duitse overheid samen met de Franse mee aan de zender Arte, waarop wetenschap en documentaires uitgezonden worden. Inwoners van Duitsland betalen kijk- en luistergeld, waardoor het budget van de omroepen altijd hetzelfde blijft. Een comité bestaande uit een per omroep, dus ook de regionale omroepen, verschillend aantal mensen (vaak tussen 8 en 15 personen) controleert of het aanbod van de publieke omroep wel voldoende op de bevolking aansluit. In de praktijk echter heeft deze raad weinig invloed en zit er geen gevarieerd publiek in dit comité. De publieke omroep wordt dus op twee manieren gefinancierd: de overheid draagt bij aan Arte, Das Erste en ZDF en de inwoners betalen kijk- en luistergeld voor de publieke omroepen in de verschillende bondslanden.

Het Duitse systeem is in vergelijking met het Nederlandse systeem niet beter. De raad, bestaande uit publiek, is niet representatief genoeg en doordat Duitsland een groot land met veel verschillende inwoners is, is het moeilijker om een directe afspiegeling van de maatschappij te verwezenlijken. Bovendien is er een matig gedefinieerde inhoudsopdracht voor de omroepen, waardoor zij grote vrijheid hebben en dus een breed scala aan programma’s kunnen maken.

Kunst en cultuur voor iedereen
In Duitsland en specifiek Berlijn is kunst en cultuur een collectief goed. Toegankelijkheid, educatie en debat zijn drie enorm belangrijke pijlers in het Duitse en Berlijns cultuurbeleid. Toegankelijkheid vertaalt zich naar subsidie op entreekaartjes en goede logistiek. Instellingen die iets toe te voegen hebben aan het Duitse cultuurlandschap kunnen rekenen op subsidie. Kunstenaars worden ondersteund door goede voorzieningen op gebied van woningbouw en een vrij en open karakter van de stad. Het aanschaffen van kunstwerken door de overheid wordt al enkele jaren niet meer gedaan, omdat daarmee de kunstenaar niet uitgedaagd wordt en de kans op produceren om het produceren ontstaat.

Educatie ken je in Berlijn op verschillende manieren. Informeren en onderwijzen zijn belangrijke begrippen. De geschiedenis, cultuur en diversiteit van de stad zijn voor iedereen open. Theaters zijn te bezoeken en overal kun je rondleidingen en informatie krijgen. Elke inwoner van Berlijn moet in aanraking komen met een zo’n breed mogelijk scala van kunsten en cultuur. Van geschiedenis tot kunstzinnige vorming. Het wordt zo gedefinieerd, dat de waarde, dat iemand zijn talenten en interesse in een bepaalde vorm van kunst niet kan achterhalen, dit geen fout van de overheid mag zijn. De overheid biedt daarom ook veel kunst- en cultuureducatie aan. Organisaties die zich inzetten voor het geven van kunstonderwijs worden gefinancierd en elk kind in Berlijn moet de kans hebben gehad te ontdekken of er kunstvormen zijn die bij hem passen.

Debat is de derde belangrijke pijler. Kunst en cultuur moeten iets toevoegen aan de maatschappij. Er zijn verschillende manieren waarop iets van toegevoegde waarde is. Eigenlijk zijn de bovenste twee pijlers reeds toevoegingen, maar een derde belangrijke is debat. Kunst en cultuur spreekt aan, zet je aan tot denken en laat je andere visies van het leven zien. Debat wordt door de overheid van Berlijn als breder dan alleen mondelinge discussie gezien. Niet iedereen kan zich in woorden goed uitdrukken, daarom is kunst een mooie manier om iets duidelijk te maken. Dit voedt de geest, het nadenken en daarmee het publieke debat.

      

Berlijn als internationale kunstenaarsstad
Wereldwijd staat Berlijn onder kunstenaars bekend als dé stad waar alle mogelijkheden zijn. Kunstenaars gaan maar al te graag naar Berlijn om hun werken te creëren en aan de man te slijten. Toch is dit niet direct het gevolg van het kunst- en cultuurbeleid van de overheid. De vrije sfeer en goedkope atelierruimtes zijn erg belangrijk voor de aantrek van nieuwe kunstenaars. Daarnaast doet de vrije en open sfeer van Berlijn veel kunstenaars goed.

De kunstenares die we spraken had wat kritiek op de Nederlandse manier van kunstfinanciering. Er ontstaat namelijk oneerlijke concurrentie tussen kunstenaars, wanneer een gedeelte wel op gelden van de overheid mag leunen en een ander gedeelte niet. Het is weliswaar goed dat overheid kunstenaars betaald voor werken, wanneer zij bijvoorbeeld kunstwerken voor wijken, parken, plantsoenen, rotondes, tentoonstellingen of gebouwen maken, maar directe salaris of subsidie werkt conservatisme in de hand. Gevestigde kunstenaars zullen niet vernieuwen of meegaan en kunnen rekenen op geld van de overheid, nieuwe kunstenaars staan daarmee al vrij snel achter. Kunstenaars kunnen naast het maken van kunst ook best werken, volgens de kunstenaar die wij spraken. Het vrije, open en kunstzinnige element in Berlijn werkt bij aan een goed netwerk: iets dat voor een kunstenaar heel belangrijk is.

De overheid in Berlijn werkt veel meer aan infrastructuur. Kunstenaars kunnen goedkoop wonen en door de stad verspreid zijn er genoeg mogelijkheden om je kunst tentoon te stellen. De sfeer in een stad en het aanbod aan goedkope(re) woon- en werkruimte zijn van cruciaal belang voor een kunstzinnige en enerverende stad.

De waarde van kunst – debat met de JuLis en Carl Grouwet
Een kleinere en slagvaardigere overheid kan de kunsten zeker ondersteunen. Hierbij spelen verschillende dingen mee.

Internationaal aanzien is belangrijk, zowel cultureel als ook economisch. Elk gebied, land – en zelfs verschillende steden – willen hun belangrijkheid laten zien en daarmee sympathie genereren. Het is daarom niet meer dan logisch dat de overheid bepaalde, hogere cultuurvormen of internationaal belangrijke cultuurvormen subsidieert en behouden wil.

Debat is ook hier een belangrijk punt. De overheid is er mede voor de ontwikkeling van haar burgers. Onderwijs, scholing en ook sport zijn belangrijke thema’s voor de overheid. Kunst en cultuur draagt ook bij aan de ontplooiing van individuen. Het jezelf kunnen uiten, het leren spreken voor groepen of je schaamte voorbijgaan zijn voor heel veel mensen enorm belangrijk. Ook de overtuigende kracht en het tot denken aanzetten van een kunstvorm zijn voor een democratie en maatschappij van onschatbare waarde. De overheid kan de manier waarop het culturele klimaat ondersteund wordt natuurlijk grotendeels zelf bepalen.

Identiteit en diversiteit zijn daarnaast ook twee belangrijke thema’s. Kunst en cultuur duidt en spreekt aan. Dit is belangrijk voor een identiteit van zowel kunstenaars als toeschouwers. Dat Berlijn een kunst- en cultuurstad is, beïnvloed ook de identiteit van de stad. De vrijzinnigheid, de toekomstgerichtheid en vernieuwing. Kunst en cultuur zijn voor de Berliner niet weg te denken uit het straatbeeld. De overheid faciliteert hier infrastructuur en ondersteund nieuwe ideeën, dit voor het creëren van identiteit. Daarnaast helpt de overheid de diversiteit, door nieuwe initiatieven en nieuwe kunstuitingen toe te laten en aan te moedigen. Zo zorg je voor een divers straatbeeld en bloeiende stad. Bovendien zorgen culturele voorzieningen voor waardestijging en verhogen zij het aanzien van een bepaald gedeelte van de stad.

Waar vroeger kunst en cultuur door bepaalde belanghebbende groepen betaald (en vaak ook bepaald) werd, heeft de overheid die taak steeds meer naar zich toegetrokken. Hiermee kon een vrijere en onafhankelijkere sector ontstaan. Taak is om die sector te behouden en aan te sturen. De overheid dient geen invloed uit te oefenen op de inhoud en is een belangrijke speler in de financiering en facilitering. Toch zijn beleidskeuzes veel breder, want je kunt de eerste zijn die geld betaalt, of degene die bijspringt.

Maar het allerbelangrijkste is misschien wel de sector zelf haar beloop laten gaan. Geef mensen vrijheid en probeer iedereen er zo veel mogelijk in te betrekken. Vertrouwen en samenwerking zijn twee enorme sleutelbegrippen die voor deze kunst- en cultuursector van enorm belang zijn. Waarom het in Berlijn werkt, is omdat daar de overheid durft te zeggen hoe belangrijk de kunst- en cultuur voor de stad en het land is. Hierdoor weten de kunstenaars wat ze aan de overheid hebben en weet de overheid wat ze aan de kunstenaars heeft.

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to Twitter

JD Blog

Euro-Arab Seminar

Zojuist is de tweede editie van het door de Jonge Democraten georganiseerde Euro-Arab Seminar van start gegaan. 30 jongeren uit vijf Europese en vijf Arabische landen zijn de komende vier dagen sa...

Lees meer...

dinsdag 06 december 20:00
Discussieavond: Vleestaks - Amsterdam
woensdag 07 december 19:30
Vuurwerk - Rotterdam
woensdag 07 december 19:30
Begrotings-AAV - Arnhem-Nijmegen
woensdag 07 december 20:00
JDL Extra AAV - Limburg
woensdag 07 december 20:00
Betaalbaarheid van zorg - Arnhem-Nijmegen
woensdag 07 december 20:00
JD Brabant: Sinterklaas - Brabant
zaterdag 10 december 12:30
Afdelingscongres Brabant - Brabant
zondag 11 december 11:00
Utrechtse Kaderdag - Utrecht

» Bekijk volledige kalender

Vul hieronder je emailadres in om een link te krijgen waarmee je je aan kunt melden voor de nieuwsbrieven van de Jonge Democraten en waarmee je je abonnementen kunt wijzigen.

» Bekijk eerdere nieuwsbrieven

Twitter

Jonge Democraten Online

FacebookLinkedInTwitterYouTube

© 2016 Jonge Democraten