#

Danny Hoogstad – De zorgzame

07 Aug 2017

Door: Peet Wijnen

Op een zonnige middag heb ik met Danny in Utrecht afgesproken op het station. Voor Danny niet meer dan logisch om hier af te spreken. Ik stond echter vol met raadselen. Danny komt toch uit Friesland? Wat heeft hij met Utrecht? Het antwoord op de vraag is typisch Danny: “Ik heb inderdaad ook niet veel met Utrecht, behalve dat ik er mijn studie deed dan, maar het is praktisch voor ons allebei om hier af te spreken”. Terwijl we naar het Neude wandelen vertelt Danny dat hij vandaag toch al in Utrecht was omdat hij de locatie van het Septembercongres samen met Nienke Vennik ging bezichtigen. En passant vertelt hij dat hij direct ook even een goede deal had geregeld voor het avondeten waardoor we een keer iets anders eten dan Italiaans! 

Eenmaal op het Neude aangekomen parkeren we ons op een van de vele terrassen en bestellen we een biertje. Omdat ik me realiseerde bij het bespreken van de gesprekslocatie dat ik Danny vooral ken binnen de Jonge Democraten, ben ik nieuwsgierig wat hij daarnaast nog doet. Danny blijkt een bezige bij te zijn. Naast zijn studie rechtsgeleerdheid in Groningen werkt hij nog bij het bedrijf van zijn vriend. “De functie heet dan wel ‘office-manager’, maar ‘manusje-van-alles’ zou je ook kunnen zeggen. Ik probeer het dagelijkse reilen en zeilen in goede banen te leiden en pak daarnaast allerlei kleine leuke klusjes op”. Danny vervolgt: “zo geven we IT-cursussen, waarbij ik recent een lessenreeks op een basisschool heb gegeven, dat vind ik heel gaaf om te doen”. Dat aanhorende constateer ik een verband met zijn nieuwe bestuursfunctie als Bestuurslid Organisatie & Scholing. Maar Danny blijkt nog niet klaar te zijn met het opsommen van zijn (neven-)werkzaamheden, hij zetelt ook in de WMO-Raad van zijn woongemeente en geeft soms nog juridisch advies als zelfstandig ondernemer. Hij verwacht al deze ballen wel in de lucht te kunnen houden, vooral omdat hij veel minder gaat werken. Als ik vraag of dat geen gevolgen heeft voor zijn inkomen geeft hij aan dat de bestuursvergoeding iets compenseert, maar zeker niet alles. Plots wordt hij fel: “Maar dan de discussie over vacatiegelden, het NS-reisabonnement en of we de reiskosten vervolgens zelf zouden moeten betalen, dat voelt zo verkeerd”. En vervolgt: “We gaan fulltime aan de slag, veel reizen en zijn vaak ’s avonds ergens onderweg voor de Jonge Democraten, als dat allemaal van die ene vergoeding moet komen, dan wordt het wel heel moeilijk. Ik heb heel veel voor de Jonge Democraten over, maar ik moet ook nog een leven kunnen blijven houden” zo besluit hij.

Terwijl de drankjes worden gebracht weet Danny nog te melden dat hij meestal een witte Port of rode wijn drinkt, maar een goed biertje niet versmaadt. Als bierdrinker proost ik daar graag op. Ik ben benieuwd of hij de discussie over bestuursvergoedingen in een breder perspectief ziet binnen de Jonge Democraten.

Voor we bij daar belanden, vertelt Danny eerst over zijn JD-carrière. Drie jaar geleden werd hij lid, in de periode dat hij verhuisd was naar Friesland. De afdeling Fryslân zoals we die nu kennen was toen zichzelf nog aan het uitvinden. Danny vertelt: “Zoals veel leden kende ik de JD niet. Ik zag op Facebook een nieuwe ledendag van JD & D66 Groningen, ergens in september, dus ik ging daar naartoe. Ik voelde me er heel erg welkom, maar toen kwam Jasper van den Hof erachter dat ik in Friesland woonde. Hij stuurde me nog nét niet per direct weg, maar hij wilde me eigenlijk niet meer zien totdat ik bij de JD in Friesland was geweest, en zo geschiedde”. Als we nog even lachen om deze opmerking verschijnt, alsof de duvel er mee speelt Jasper opeens op het Neude. Hij en een niet nader te noemen ander JD-lid hebben ons opgemerkt en zoeken ons op. Nog net niet stelt Jasper de vraag “Waarom ben jij niet in Friesland” aan Danny, maar dat Danny in de gaten gehouden wordt moge wel duidelijk zijn.

Na dit intermezzo vervolgt Danny zijn geschiedenis bij de JD. Na een paar maanden wist Jantine Meister hem over te halen om tot het Friese afdelingsbestuur toe te treden ondanks zijn aanvankelijke tegenstribbeling dat hij zichzelf te onervaren vond. Mede vanwege de vele anekdotes van afdelingsbestuursleden die wanneer ze bij een tweede borrel langskomen al het bestuur worden ingepraat moet ik daar hartelijk om lachen. Na onder andere het afdelingsbestuur en voorzitter van het congresteam van Leeuwarden is het landelijk bestuur een mooie stap. Een die hij zelf omschrijft als “Op het eerste oog lijkt het altijd heel knap, lid zijn van het landelijk bestuur, maar op den duur ontdek je dat het vooral erg leuk is”.

We bestellen nog een drankje, Danny neemt ditmaal een frisdrankje. “Want ik moet nog autorijden”, waarmee hij bedoelt, het laatste stuk in Friesland tussen Heerenveen en Lippenhuizen, waar hij woont. Omdat ik slechts één ander persoon uit Lippenhuizen ken en die het echt een plaats van niks vindt, ben ik benieuwd hoe Danny daar toch in hemelsnaam terecht is gekomen. Het blijkt een stapsgewijze opmaat over Danny’s achtergrond te zijn.

Tot drie jaar geleden woonde hij samen met zijn vriend in Steenwijk, de 2,5 jaar die ze daar woonden waren bijna een sociaal isolement. Echter de keuze om in Steenwijk te gaan wonen was indertijd heel logisch. “Ik studeerde in Utrecht, werkte in Amersfoort en bij mijn vriend gold datzelfde juist voor Groningen, dus een woonplaats met intercitystation daartussenin was logisch”. Danny vervolgt: “Dat vrij snel daarna het studentenreisrecht werd ingeperkt was wel even een domper. Toen ik besloot mijn studie in Groningen te gaan doen viel dat nadeel gelukkig weg, Gabe en ik konden namelijk nu samen naar Groningen reizen, met de auto, dat wel”. Danny merkt op dat ik als OV-adept even stilval bij de zinsnede ‘met de auto’. “Ik ga ook liever met de trein, maar zeker met een zuinige auto is het al vanaf twee personen goedkoper en ook erg milieuvriendelijk om met de auto te gaan” probeert Danny op me in te praten. “In Friesland ben ik bij de JD vaak ‘Taxi Danny’, waarbij ik half Friesland doorrijd om mensen thuis te brengen voordat ik zelf thuis ben, en dan ben ik altijd nog sneller thuis dan met het OV”. Ik herken het beeld dat hij schetst over het OV helaas door mijn Zeeuwse achtergrond. 

Voordat Danny naar Steenwijk verhuisde heeft hij altijd thuis gewoond bij zijn ouders in de Hoeksche Waard. Ook tijdens zijn studie in Utrecht is hij nooit op kamers geweest. Hij reisde 4,5 jaar lang dagelijks vanuit zijn ouderlijke woonhuis naar Utrecht en terug. “Ik ben best honkvast, dus die 2,5 uur per rit (!) vond ik niet heel erg” zo verklaart Danny. Ik bedenk me dat ik na één jaar elke dag 3 uur reizen voor mijn werk, het wel beu was dus ik bewonder zijn doorzettingsvermogen. “En daarnaast bleef ik regelmatig bij vrienden in Utrecht of Hilversum slapen, dan gingen we na college de stad in” zo vervolgt Danny het gesprek. Het komt vaker terug in het gesprek, Danny heeft een aantal waarden die hij belangrijk vindt en probeert daar op een praktische manier invulling aan te geven.

Gedurende die studietijd in Utrecht heeft Danny ook Gabe ontmoet, wat hij zelf omschrijft als ‘een liefde op het eerste gezicht’. Danny fleurt helemaal op als hij vertelt hoe ze nog samen op het plein voor de Dom lagen bij hun eerste ontmoeting. Het brengt me tot een vraag waarbij ik constateer dat we deze eigenlijk alleen stellen aan mensen die ‘uit de kast zijn gekomen”, namelijk: wanneer hij wist welke geaardheid hij had? Danny vertelt dat hij al aan het eind van de basisschool wist dat hij op mannen viel, maar de eerste jaren zelf nog moeite mee had.  Pas halverwege de middelbare school durfde hij uit de kast te komen. Achteraf bleek dat iedereen al wel een vermoeden had.

Nadat Gabe en hij 3 jaar met grote regelmaat heen en weer reisden tussen Friesland (waar Gabe woonde) en zijn ouderlijke huis was de relatie zodanig dat ze besloten om samen te gaan wonen, in het eerder genoemde Steenwijk. Toen Danny besloot zijn studie rechtsgeleerdheid in Groningen te volgen was de noodzaak om in een kern met station te wonen minder groot. In de zoektocht naar een ruimere woning met tuin kwamen ze toen uit in Lippenhuizen. Danny omschrijft het zelf als “super-relaxed, die rust, de ruimte en de poezen die op je wachten als je thuis komt”. Zo te horen heeft Danny voorlopig zijn stekje wel gevonden.

De eerder bestelde bittergarnituur wordt afgeleverd en we praten even door over hoe goed we het wel niet hebben. Het gesprek komt gaandeweg op de inmiddels illustere ‘vleestaks’ en of de Jonge Democraten deze zelf moeten invoeren. Een gevoelig onderwerp waar Danny en ik over van mening verschillen. Danny haalt aan dat we binnen de Jonge Democraten vaak erg hoog op geven over dat we duurzaam en maatschappelijk verantwoord bezig moeten zijn, maar het ‘practice what you preach’ daarna te vaak vergeten. Danny haalt een paar punten aan zoals het (vroeger) gratis papieren congresboek, het wel of niet invoeren van een vleestaks maar ook nadenken over de duurzaamheid van onze promo-acties.Ik herken het beeld dat Danny schetst, dat we soms binnen de Jonge Democraten te gemakzuchtig op onze lauweren rusten over hoe progressief we zijn. “Ik snap ook wel dat niet iedereen achter zulke maatregelen staat, maar we zijn soms teveel een prinses op de erwt. We willen per se luxer en beter maar vervolgens staan we niet stil bij het totale (kosten)plaatje. Als leden meer willen dan maatschappelijk duurzaam verantwoord is, dan zouden ze daar individueel meer voor moeten betalen” zo vertelt Danny. “Hier is duidelijk te merken dat ik iets minder tactisch ben dan Gabe, hij zou dit iets genuanceerder vertellen” zo laat hij onbewust vallen.

Het is een mooie aanleiding om naar de laatste set aan vragen te gaan. Ik ben wel benieuwd hoe zijn relatie met Gabe is en hoe deze tegenover zijn bestuursjaar staat. Gabe en hij blijken inmiddels ruim 8,5 jaar samen te zijn en nu ruim 2 jaar verloofd. “We willen helemaal niet binnenkort trouwen, maar hij wilde me per se op PI-dag in 2015 ten huwelijk vragen (In cijfers is dat 3/14/15, de eerste 5 cijfers van het pi-getal, red.). Ik wist daar niks van, maar ik vond het heel schattig en romantisch” zo vertelt Danny. “We hebben deels dezelfde hobby’s, zo hebben we thuis onze bureaus tegenover elkaar staan zodat we allebei kunnen gamen en toch ook samen zijn. Wij beschouwen een relatie als twee individuen die samen een leven leiden en dingen samen doen, maar ieder ook met zijn eigen dingen”. Gabe blijkt het bestuursjaar van Danny dan ook zeker aan te moedigen. Danny: “We geven elkaar de ruimte om de eigen passie in te vullen, dat lukte ook in Gabe’s bestuursjaar. Degene die het thuis het moeilijkste zal hebben is de oudste poes, zij is echt mijn prinsesje”.

Als we teruglopen naar het station heb ik nog één vraag aan Danny, namelijk wanneer het bestuursjaar voor hem geslaagd is. Danny denkt een paar tellen na en antwoord daarna kordaat: “Twee zaken, het eerste is dat we als bestuur er voor elkaar zijn en elkaar steunen, die teamspirit zie ik als een belangrijk thema, het tweede is dat de vereniging constructief blijft en dat we wat vaker liever voor elkaar zijn en naar elkaar omkijken”. Het is een antwoord dat mij tevreden stemt en waarin ik de zorgzame kant van Danny herken.

Categorie: Mededelingen Weblog